Cor's corner: actuele kwesties belicht

Cor Ofman
Cor Ofman

Een eigen blog. Altijd al willen hebben.

Een eigenzinnig commentaar geven op zaken die mijn leefwereld en mijn werk als pastor en counselor raken.

Dat deed ik eerder op de website van de Open Deur, waar ik 25 jaar aan verbonden was (zie het onderdeel 'Oud nieuws?')

Sinds de sluiting van de Open Deur, op 15 december 2012, is deze website mijn platform.

 

 

ma

04

mei

2015

Rètteketèt naar Brood-Bad-Bed!?

In korte tijd is de afkorting BBB ingeburgerd als de benaming voor een opvangvoorziening voor ongedocumenteerde vreemdelingen. Niet alleen voor asielzoekers, maar voor iedere dakloze vreemdeling van buiten de Europese Unie die zich in Nederland ophoudt.

Amsterdam opent half december 2014 zo’n opvangplek. Uit humanitair oogpunt mogen dakloze vreemdelingen niet op straat slapen. De BBB in de Schuitenhuisstraat in Osdorp (capaciteit: 75 bedden) opent zijn deuren. Maar niet voor iedereen is de BBB een oplossing. De BBB is geen adequate voorziening. Waarom niet?

 

De afstand is een probleem. Als je vanaf het Wereldhuis (Nieuwe Herengracht) naar Osdorp moet lopen, doe je er twee uur over. Voor iemand met een kunstbeen of door diabetes aangetaste voeten een te lange afstand.

Voor wie ’s nachts wakker schrikt uit een nachtmerrie (mensen die een geweldservaring uit hun eigen land herbeleven en niet meer in slaap kunnen komen, is het ontbreken van een veilige plek overdag (de BBB beperkt zich tot opvang van 5 uur ’s middags tot 9 uur ’s morgens) een voorwaarde.

De gemeente Amsterdam noemt de BBB de humanitaire ondergrens. Meer hoeft niet te worden geboden aan wie niet wil meewerken aan een oplossing. Dat is in de ogen van burgemeester Van der Laan vooralde bereidheid aan medewerking aan terugkeer naar land van herkomst.


(Wie hierover meer wil lezen, kan vanaf morgen de rest lezen in MUG Magazine)

0 commentaren

za

18

apr

2015

Nederland tekent doodvonnis hiv-positieve vreemdelingen

Deze week schreven Ton Coenen, Alex Pastoors en Marc van der Valk een open brief in de NRC, waarin ze het opnemen voor ongedocumenteerde vreemdelingen met HIV. Ik heb vaker mijn zorgen geuit over het in mijn ogen inhumane beleid van de regering dat er op uit is zieke mensen terug te sturen naar landen van herkomst, zoals Ghana en Nigeria, waar ze nooit toegang zullen krijgen tot adequate medische behandeling. Ik ben blij met hun oproep aan de nieuwe staatssecretaris Dijkhoff van Justitie om zorgvuldiger en barmhartiger met deze groep om te gaan. Hieronder hun 'open brief':


In Nederland worden hiv-positieve vreemdelingen uitgezet naar landen waar zij geen toegang hebben tot de voor hen noodzakelijke medicatie. De Nationale Ombudsman kwam dit voorjaar tot de conclusie dat het beleid van de Nederlandse overheid niet deugt. Dit is niet het eerste kritische rapport over het Nederlandse uitzetbeleid van zieke vreemdelingen. Nederland tekent een doodvonnis voor hiv-positieve vreemdelingen. Na jaren van ontkenning door voorganger Fred Teeven, roepen wij staatssecretaris Dijkhoff op om het beleid onmiddellijk aan te passen. 

Wanneer een vreemdeling met hiv in Nederland een verblijfsvergunning aanvraagt op medische gronden, kan dat alleen als behandeling medisch noodzakelijk maar in het land van herkomst niet beschikbaar is. De Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) gebruikt echter een zeer discutabele interpretatie van “beschikbaarheid”. Zij verstaat hieronder: “medicatie is op enig punt in het land aanwezig, of kan geïmporteerd worden uit het buitenland”. 

Plat gezegd betekent dit dat als er één doosje hiv-remmers aanwezig is op 100.000 mensen met hiv, een vreemdeling kan worden teruggestuurd naar zijn land. Medicijnen zijn dan immers in het land beschikbaar volgens de IND. Zelfs als de medicatie in het land niet aanwezig is, gaat de Nederlandse overheid er in sommige gevallen vanuit dat een vreemdeling zijn pillen kan importeren uit het buitenland, op eigen kosten. Zonder te controleren of die medicijnen in het land zijn toegestaan. Het idee dat een individuele patiënt ervoor kan zorgen dat medicatie geïmporteerd wordt, is luchtfietserij. Door deze onzorgvuldige werkwijze van de IND lopen vreemdelingen met hiv een groot risico te sterven als zij terug moeten keren naar hun eigen land. 

Het nieuwe rapport van de Nationale Ombudsman hekelt deze kwalijke gang van zaken en concludeert dat een vreemdeling alleen mag worden teruggestuurd als medicatie niet alleen beschikbaar is, maar ook feitelijk toegankelijk. Op dit moment wordt er door de IND niet gekeken of een vreemdeling na terugkeer ooit daadwerkelijk toegang zal krijgen tot een hiv behandeling. Door willens- en wetens genoegen te nemen met fictieve beschikbaarheid neemt de Nederlandse overheid het risico dat de teruggestuurde vreemdeling ernstig ziek wordt of zelfs overlijdt. Uiterst onzorgvuldig, concludeert de Ombudsman. Onmenselijk en levensgevaarlijk, vinden wij.  


In Nederland woont een kleine groep vreemdelingen met hiv. Wij vinden niet dat alle vreemdelingen met hiv een verblijfsvergunning moeten krijgen. Nederland kan en moet niet het ziekenhuis van de wereld zijn. Maar wij roepen de staatssecretaris wel op om het beleid van de IND direct aan te passen en te baseren op de feiten. Informatie over feitelijke beschikbaarheid van hiv medicatie in nationale behandelprogramma’s wordt door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en UNAIDS goed bijgehouden. Tot nu toe weigeren het Ministerie en de IND deze informatie te gebruiken in besluitvorming, en baseren zij zich op obscure, anonieme informatie. Het moet vaststaan dat iemand met hiv die wordt uitgezet zijn behandeling kan voortzetten. Zolang dit niet kan worden gegarandeerd, moet er een verblijfsvergunning op medische gronden worden gegeven.


 


Na het verschijnen van het rapport van de Ombudsman hebben GroenLinks en de PvdA Kamervragen gesteld. De Raad van Europa en het Aids Fonds publiceerden al eerder kritische rapporten over het terugkeerbeleid bij vreemdelingen met hiv. We roepen de nieuwe staatssecretaris op om nu de aanbevelingen uit deze rapporten over te nemen, en gebruik te maken van de aanwezige kennis om op zorgvuldige wijze vast te stellen of behandeling mogelijk is. Hiermee kan een einde worden gemaakt aan het uitzetten van vreemdelingen met hiv die in hun eigen land niet worden behandeld. Het ontbreken van behandeling zal uiteindelijk onherroepelijk leiden tot de dood.


Ton Coenen, directeur Aids Fonds

Marc van der Valk, voorzitter Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren

Alexander Pastoors, voorzitter Hiv Vereniging Nederland 


(verschenen als open brief in de NRC op 16 april 2015)



0 commentaren

wo

25

mrt

2015

Asielzoeker

Ik had het al een tijd niet meegemaakt: een asielzoeker in de letterlijke zin van het woord, nieuw in Nederland, om hier bescherming van de Nederlandse autoriteiten te vragen, omdat die in eigen land niet geboden werd. Een man van statuur, zoon van een koning, opvolger in spe, met één groot probleem: hij is homo. Zelfs zijn moeder had geprobeerd die enge ziekte er uit te ranselen, maar dat had niet geholpen. Alle haat, geweld en discriminatie zat had hij de lange en gevaarlijke reis gemaakt.

Via Burkina Faso en Niger, door de Sahara naar Libië. Overvallen door rovers, mishandeld, uitgebuit. Tot het moment dat hij met tien anderen op een bootje op goed geluk vertrok richting Lampedusa. Wat hij onderweg heeft meegemaakt valt niet te beschrijven. De tocht duurde langer dan verwacht, Lampedusa kwam niet in zicht, medereizigers verdwenen in de golven, het ontbrak aan eten en drinken. Ze landden uiteindelijk met vier man op Sicilië. Geen opvang in een kamp, geen warm onthaal door bewoners, behalve een vrouw die kennelijk van hem gecharmeerd was, maar hem op straat zette toen hij uitlegde dat hij niet aan haar verlangen tegemoet kon komen.

En toen ontmoette hij een Nederlandse man met een auto die hem naar Nederland bracht. Tot aan de Weesperstraat. De man wees op een huis. ‘Ga daar maar naar toe, daar helpen ze je wel.’ Het Wereldhuis. En daar zat hij dan, berooid, geen bagage, zelfs geen mobieltje. Wat te doen? Naar de BBB? Ik belde John van de GGD. Die belde, na intern overleg, meteen terug: ‘Nee, hij kan direct door naar Ter Apel. Daar kan hij terecht zolang er nog openbaar vervoer is.’ Ik belde de Eric, een advocaat. Die was bereid hem bij te staan. Ik zocht op internet naar de reisroute. Als hij om zeven uur de trein nam, kon hij tegen half elf in het aanmeldcentrum zijn. Geld mee en een uitleg over de procedure. Ik ben benieuwd of ik hem terugzie.

 


0 commentaren

do

27

nov

2014

Weggaan zonder te groeten

 

Weggaan zonder te groeten is wat er dreigt te gebeuren met mensen uit Ghana en Nigeria. Het zijn mijn mensen geworden, omdat ik ze vanaf 2006 pastoraal en diaconaal begeleidde tijdens een procedure voor verblijf op medisch noodzakelijke gronden, omdat ze HIV-positief zijn. In het begin verliep alles volgens de regels van de medemenselijkheid en de compassie. Ze kregen een verblijfsvergunning, een woning, een uitkering. Werken mocht niet, want ze waren immers ziek. Maar opeens regende het afwijzingen, toen er na drie jaar een beroep werd gedaan op ‘voortgezet verblijf’.

 

Begeleiding in pastorale zin betekende jarenlang met mannen en vrouwen hun diepste gevoelens delen over een ziekte die in eerste instantie werd ervaren als een doodvonnis. HIV hebben stond in Afrika gelijk aan doodgaan. En op HIV lag een groot taboe, want het werd door omstanders verbonden met seksueel gedrag. Dat een vrouw HIV-positief was, werd haar aangerekend. Niet de promiscue echtgenoot, niet de verkrachter, niet de hoerenloper.  En een HIV-positieve man was ‘natuurlijk’ homo. Binnen de gemeenschap van migranten en migrantenkerken waren buitenechtelijke relaties en homoseksualiteit verwerpelijk. Dat laatste was, in de ogen van een migrantenpastor, zelfs ‘een belediging van God’. De Bijbel is klip en klaar: het gaat over ‘Adam and Eve’ en niet over ‘Adam and Steve’. De kerk is in zijn ogen een ziekenhuis, waar de ‘geestelijk zieken’ kunnen worden genezen. Ik kan me heel goed voorstellen dat zijn kerk niet het toevluchtsoord was waar mensen met HIV hun heil zochten, laat staan dat ze er openlijk met hun pastor en andere gemeenteleden over zouden kunnen praten. 

 

Mensen met HIV uit Sub-Sahara Afrika kunnen hun verhaal met weinig mensen delen: met de Nederlandse specialist en de HIV-consulent in het ziekenhuis en met een Nederlandse pastor. Dat maakt mensen voorzichtig en behoedzaam in het uiten van hun gevoelens en mededeelzaamheid over hun ziekte. Medicijnen moeten op een plaats worden bewaard waar een nieuwsgierige landgenoot geen pijnlijke vragen stelt. HIV blijft nauwelijks bespreekbaar in migrantenkringen. Er zijn weinig mensen die dat in eigen kring zullen delen. Toen ik in 2006 begon met een spreekuur in de Bijlmer dat ten doel had om migranten zonder verblijfsvergunning  de gelegenheid te bieden te komen praten over HIV, kreeg dat een algemeen karakter: het spreekuur was open voor iedereen met vragen rond toegang tot de gezondheidszorg. En toch kregen mensen toegevoegd: ‘Waarom ga jij naar zo’n HIV-spreekuur?’ Over stigma en taboe gesproken. ‘Slechts’ zo’n vijftien procent van de hulpvragers was HIV-positief. Maar die vijftien procent kon niet enkel zijn of haar verhaal kwijt, er kon ook snel iets geregeld worden: een verblijfsvergunning, inkomen en een woning.

 

De grootste groep bezoekers uit een tiental Afrikaanse landen heeft zo ook zijn weg in de Amsterdamse samenleving gevonden. Zo af en toe kom ik ze bij toeval tegen. Zij zijn het die me staande houden en begroeten en vertellen dat het ze goed gaat.  

 

Maar met name voor HIV-patiënten uit Ghana en Nigeria lijkt het tij te keren. Zij kunnen volgens de IND terug naar hun land, omdat dat de behandeling en de medicijnen beschikbaar zijn. Dat is een boodschap die hard aankomt. ‘Als ik terug moet, ga ik dood.’ ‘Ach, iedereen gaat een keer dood’, was de onthutsende opmerking van een medewerkster van de IND. En toen ik voor een andere, dakloos geraakte HIV-patiënt opvang vroeg via de Amsterdamse GGD, kreeg ik toegevoegd: ‘Die meneer is illegaal, hij kan gewoon terug naar zijn eigen land.’  Ik zie de mannen en vrouwen die het betreft stuk voor stuk voor me. In leeftijd variërend van 32 tot 62. In Nederland kun je met de nieuwste medicatie heel oud worden. In ons land is HIV een chronische ziekte geworden, waarvoor je dagelijks je medicatie moet innemen en een keer per drie maanden of per half jaar voor controle naar het ziekenhuis moet. De ziekte is, anders dan Ebola op dit moment, onder controle. Doodgaan aan Aids (de ziekte in het vergevorderde stadium) komt hier niet meer voor. Daarom spreken we in de regel over HIV, een auto-immuunziekte waar goed mee te dealen valt. Zolang je hier onder controle staat en je medicatie slikt. 

 

In Afrika is dat minder vanzelfsprekend. Daar sterven tienduizenden mensen jaarlijks aan Aids, omdat er geen of niet voldoende medicijnen voorhanden zijn. Weliswaar is de ‘eerste generatie’ medicijnen redelijk goedkoop of zelfs gratis verkrijgbaar en lijkt de ziekte relatief beheersbaar, voor de uit Afrika afkomstige patiënten die in Nederland de nieuwe medicatie krijgen die in hun land van herkomst niet automatisch verkrijgbaar is, laat staan dat de resistentietesten die uitgevoerd dienen te worden door artsen ter plekke kunnen worden gedaan, is terugkeer een groot risico. ‘Als ik terug moet, ga ik dood’, is geen loze bewering.

 

Want de gezondheidszorg is anders toegankelijk dan in Nederland. Je moet in de regel vooraf betalen voor een behandeling. De beperkte ziektekostenverzekering sluit een ziekte als HIV uit. Er is, anders dan de IND beweert, geen enkele garantie dat behandeling (regelmatige controles, verandering van medicatie in geval van bijwerkingen en de gegarandeerde beschikbaarheid van de medicatie) daadwerkelijk mogelijk en betaalbaar is. In de regel wordt medicatie door het ziekenhuis verstrekt. Dat geldt echter niet voor de nieuwere soorten HIV-medicatie. Een slimme arts van het Bureau Medische Advisering van de IND kwam op het idee dat een HIV-patiënt in Ghana altijd nog via één met name genoemde apotheek in Accra de noodzakelijke medicatie bij een farmaceutisch bedrijf in het Verenigd Koninkrijk zou kunnen bestellen. Na een week of drie zou dan de medicatie beschikbaar zijn. Maar om te beginnen onbetaalbaar. Want zonder daadwerkelijke vergoeding door een ziektekostenverzekering in Ghana is met de daar geldende levensstandaard (een inkomen van ongeveer 150 euro per maand) de kostprijs van de medicatie (1.250 euro per maand) niet te betalen.

 

Ook de bewering dat het grootste ziekenhuis in Ghana, het Korlebu Hospital in Accra, uit Nederland terugkerende Ghanese HIV-patiënten zou kunnen behandelen, blijkt een niet op de feiten gebaseerde veronderstelling. Waar de BMA-arts is afgegaan op de rapportage van een anonieme ‘vertrouwensarts’ stellen behandelaars uit het ziekenhuis openlijk dat behandeling niet gegarandeerd kan worden.

 

Toch blijft de IND bij de stelling dat behandeling in Ghana (en Nigeria – voor dat land geldt nog het verhaal dat er veel fake medicijnen op de markt zijn) mogelijk is. Ondanks gerede twijfel bij een aantal rechtbanken, en een beslissing ten gunste van de HIV-patiënten, heeft de IND in hoger beroep bij de Raad van State zijn gelijk weten te halen. 

 

Nederland stuurt met droge ogen mensen de dood tegemoet. Met een beetje pech wordt een uitgeprocedeerde HIV-patiënt bij een toevallige controle door de politie opgepakt en in vreemdelingenbewaring gezet, met het oog op terugkeer naar eigen land. Als de ambassades van Ghana en Nigeria meewerken zonder oog te hebben voor of zelfs maar weet te hebben van de schrijnende situatie, kunnen mensen het land uitgezet worden naar een land waar voortgezette behandeling niet mogelijk is. Ze kunnen zomaar worden weggevoerd zonder hun bekenden in Nederland nog te kunnen groeten.

 

Maar zolang er leven is, is er hoop. En voor mij is er nog een hoop te doen. Verhalen delen met beleidsmakers. De situatie van kwetsbare mensen onder de aandacht brengen van politici én van gewone burgers zoals u en jij.

 

do

27

nov

2014

De klacht van de vrede

In 1567 verscheen van de hand van Erasmus ‘de klacht van de vrede’. Hij schrijft daarin: Ik vraag u: wat bidt een soldaat bij deze godsdienstoefeningen? Het ‘Onze Vader’? Onbeschaamde mond! Durft u Hem Vader te noemen, terwijl u uw broeder tracht te doden? ‘Uw naam worde geheiligd.’ Hoe kan de naam van God meer ontheiligd worden dan door die wederzijdse twisten? ‘Uw koninkrijk kome.’ Zo bidt u, die ten koste van zoveel bloed uw eigen rijk wilt stichten? ‘Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.’ Maar Hij wilde vrede en u bereidt u voor ten oorlog? Ons aller Vader bidt u om dagelijks brood, terwijl u de graanvelden van uw broeders verbrandt en liever daardoor ook zelf wilt omkomen dan dat zij er voordeel van zouden hebben? ' 

 

Verderop in zijn boek zal Erasmus, hij was ook een kind van zijn tijd, schrijven: 'Wanneer het echter een noodlottige ziekte van de menselijke geest is, dat hij zonder oorlogen niet kan blijven bestaan, waarom wordt dit onheil dan niet liever over de Turken uitgestort?' Hoewel het (voegt hij er aan toe) natuurlijk beter zou zijn, ook deze mensen door onderricht, weldaden en een oprechte levenswandel voor de christelijke godsdienst te winnen in plaats van hen met wapens aan te vallen. 

 

Wie de vrede werkelijk ter harte gaat (schrijft Erasmus) die grijpt alle gelegenheden om de vrede te bewaren aan; die negeert alle moeilijkheden of ruimt ze uit de weg en doet al het mogelijke om een zo groot goed ongeschonden te bewaren.

 

za

01

nov

2014

Gedenken is niet gratuit

 

‘Een vrome slag in de lucht’, noemde Matthias Smalbrugge in het dagblad Trouw de herdenking van de bootvluchtelingen die in het zicht van de buitengrens van Europa in de Middellandse Zee zijn verdronken. ‘Je kunt niet rouwen om mensen die je niet kent.’ Nee, een studeerkamergeleerde die zijn handen niet brandt aan de strijd om mensenrechten, omdat hij geen arbeidsmigranten of vluchtelingen kent die met gevaar voor eigen leven een veiliger heenkomen zochten in ons land, kan de rouwadvertentie van de Protestantse Diaconie en het Dekenaat Amsterdam in Trouw voor kennisgeving aannemen en bij het oud papier leggen. Maar voor het Jeannette Noëlhuis, waar ex-asielzoekers worden opgevangen, en voor het Wereldhuis, dat ongedocumenteerde migranten en ex-asielzoekers begeleidt, is ‘Allerheiligen aan de Amstel’ op 2 november inmiddels uitgegroeid tot een traditie, waarbij we stil staan bij de talloze slachtoffers die vallen omdat het Fort Europa de buitengrenzen steeds strikter bewaakt. Ze worden met name genoemd en in een gebed opgedragen aan de Eeuwige ‘bij wie de gedachtenis der namen is’. En aan de oever van de Amstel staan niet de hotemetoten die zich graag bij andere herdenkingen laten zien. De wake wordt bijgewoond door betrokken mensen: vluchtelingen en migranten die het vege lijf hebben weten te redden en mensen die begaan zijn met hun lot. Het is een onjuiste tegenstelling om de kosten voor opvang van vluchtelingen af te zetten tegen de bezuiniging op uitgaven voor onderwijs of gezondheidszorg. Dat is een vorm van goedkope volksmennerij. Misschien hebben kerken meer uit te leggen dan de beperkte vorm van een ‘rouwadvertentie’. Maar Smalbrugge zou dat kunnen weten als hij regelmatig kennis neemt van de inhoud van het blad Diakonia. Juist daarin wordt beschreven hoe kerken in Nederland invulling geven aan barmhartigheid en gerechtigheid voor de meest kwetsbaren.

 

vr

22

aug

2014

Amber Alert

De We Are Here groep laat vanuit de Vluchtschool van zich horen met de volgende oproep:

 

Dear followers and supporters

Thank you very much for your support of more than two years, for everything you brought and you keep on bringing to us.
Now that we have a hard moment than before, Now that we are tired and sick, now that the government is punishing us and now that we cannot go back to our respective countries, we turn ourselves towards you, the people of the Netherlands. Knowing that we cannot stay here, and we cannot go to other EU countries due to the EU Dublin's agreement (law) what are we going to do? We need politically your support more than before.
When we come to Vlucht School in Zuidelijke wandelweg, the Gemeente decided to leave us staying in the Vlucht School until last Monday when suddenly and surprisingly the gemeente decided that we have to free the building on Friday of this week. Hence, two days the Gemeente decided to evict us
because if we do not leave the school building where we are actuallysquatting, we would be considered as criminals on Friday. ''We are here''group decides to stay until police arrest us because we do not have any other options, we are tired and sick. Yesterday at five o'clock, the Gemeente decided not to arrest us but rather to evict and put us on the street. Now that it's very cold and raining what are going to do? We do not have any other alternative. We need your support at all levels, even politically!!
We are not radical group and we do not want to do radical actions. We came here to get peace and security. So we deserve to have the minimum right like you. Yesterday the gemeente decided to leave us staying in the VluchtSchool Zuidelijke Wandelweg until Saturday morning at 07.00 am, when the police will come to evict us from the building.

Please, we call you for coming to support us on Saturday this week at 07.00 am. We do not want confrontation with the police or the Government. We just want normal live.

We are here group

 

De GGD laat suïcidale asielzoeker barsten

 

Zojuist kwam Marleen, psychologe van TOV (Traumacentrum Ongedocumenteerde Vluchtelingen) mijn kamer op het Wereldhuis binnenlopen in verband met een zieke, maar uitgeprocedeerde asielzoeker uit de Vluchtschool die het niet meer trekt, nu de groep morgenochtend om 7.00 uur vertrokken moet zijn uit de gekraakte school of anders door de politie wordt uitgezet. Niet voor niets staat deze man uit Ivoorkust onder behandeling. De druk van de dreigende ontruiming triggert eerdere traumatische ervaringen. Hij praat over suïcide. Een goede reden om aan de bel te trekken bij de afdeling Vangnet van de GGD. Daar kan men beslissen over een tijdelijke opvang, bijvoorbeeld in de Walborg in Buitenveldert, om deze kwetsbare man op verhaal te laten komen.

 

Het is op de valreep, om één minuut over vier dat ik Vangnet bel en word doorverbonden met de medewerkster van de Bureaudienst. Ik laat Marleen het verhaal doen. De medewerkster kan geen knoop doorhakken en zal met de leidinggevende overleggen. Kennelijk komen ze samen tot de conclusie dat hij geen recht op verblijf in Nederland heeft en dus niet geholpen hoeft te worden. Onzin. De GGD is verantwoordelijk voor het wel en wee van op Amsterdams grondgebied verblijvende mensen met een ernstige psychische problematiek. Het doet me terugdenken aan de keer dat een andere medewerker me  met een kluitje het riet in stuurde door te beweren: ‘Wij helpen geen illegalen.’ Onzin. De GGD beschikt over (wat ze zelf noemen) ‘illegalenbedden’ bij de Gastenburgh van het Leger des heils en De Aak van HVO/Querido. Nog erger was een opmerking die een medewerkster van Vangnet ooit tegenover mij uitte vanwege een hulpvraag voor een man met een levensbedreigende ziekte: ‘Wij helpen geen illegalen. De man moet gewoon terug naar zijn eigen land.’

 

Ook nu is het antwoord onbevredigend.. Tja, het is bijna weekend, dat snap ik, maar je kunt een serieuze melding van een bevoegd psycholoog niet negeren en afdoen zonder een diagnose ter plekke door een bevoegd psychiater of SPV-er van Vangnet zelf. Oordelen op de veilige afstand vanuit een bureaustoel is niet alleen gemakzuchtig, maar ook onbehoorlijk en onprofessioneel.

 

‘Als de man uit wanhoop toch suïcide pleegt, maakt dat u medeplichtig’, zei Marleen tegen de Vangnet medewerkster. Dat was in de ogen van die medewerkster een te zware beschuldiging. Tja. Prettig weekend.

 

ma

31

mrt

2014

Barmhartigheid in de praktijk

 

Een uitgeprocedeerde asielzoekster. Geen plek meer in een AZC. Aan de straat overgeleverd, zoals zoveel anderen. Voor onderdak en levensonderhoud aangewezen op haar eigen netwerk. Geen vaste plek, ik ken de verhalen uit mijn tijd als pastor van de Open Deur. Daar was ze ook ooit bekend geweest, maar na de sluiting in december 2012 buiten beeld geraakt.

 

Ze was ruim vijf maanden zwanger, toen ze hals over kop naar het ziekenhuis moest. In de nacht van Eerste op Tweede Kerstdag beviel ze vroegtijdig. Van een doodgeboren kindje. Kort daarna stond ze weer op straat. Waarom zou een ziekenhuis langer opvang bieden? Ze kon bij een vriendin terecht, maar niet voor lang. Waar vind je onderdak? De huisarts, die zich haar lot aantrok en zich zorgen maakte, verwees haar door naar het Wereldhuis. ‘Kunnen jullie wat doen?’

 

Het Wereldhuis Amsterdam biedt een luisterend oor, maar heeft geen eigen opvangplekken. Hoe ga je dan om met een vrouw die net haar kindje heeft verloren?

 

Eerste zorg: een stabiele plek. Gelukkig was een fonds bereid daarvoor te betalen. 

 

Tweede zorg: wie vangt haar emotioneel op? Ze was al eerder bekend bij Equator vanwege behandeling voor PTSS, een posttraumatische stress stoornis. Daar kwam nog verliesverwerking bovenop. En er was een wachtlijst. Gelukkig kon ze er binnen korte tijd weer terecht.

 

Derde zorg: hoe kun je op een respectvolle wijze afscheid nemen van een kindje dat je ruim vijf maanden hebt gedragen? Het lag nog in het mortuarium van het ziekenhuis. De Dienst Geestelijke Verzorging zocht uit wat ik kon doen: contact leggen met de Dienst Uitvaarten van de gemeente Amsterdam. Die zou voor iemand die geen geld heeft om een begrafenis te betalen de uitvaart kunnen verzorgen. 

 

Het contact met de ambtenaar die met dat soort uitvaarten belast is, was uiterst kort. ‘Hoeveel weken was het doodgeboren kindje?’ 21 weken. ‘Dan kan het niet, want volgens de Wet op de lijkbezorging is het dan nog geen individu. Dat is het pas bij 24 weken.’ Wat nu? ‘Het ziekenhuis is verantwoordelijk voor de afvoer van het lijkje. Ze verzamelen alle doodgeboren kindjes in een kistje. Als het kistje vol is, worden ze verbrand.’ Maar wat als de vrouw vanuit haar geloofsovertuiging moeite heeft met crematie? ‘Dan is mevrouw zelf verantwoordelijk voor de begrafenis.’

 

We hebben het lichaam van het kindje toevertrouwd aan de aarde, in de tuin van de Corvershof, achter de burelen van de Diaconie van de Protestantse Kerk van Amsterdam en het Wereldhuis.

 

In de hoftuin staan de ‘zeven werken van barmhartigheid’: ze verbeelden waar de kerk zich toe geroepen weet: de hongerigen te eten geven, de dorstigen te laven, de vreemdelingen te huisvesten, de naakten te kleden, de zieken en de gevangenen te bezoeken en de doden te begraven. Een symbolische plek voor een teraardebestelling. De tuinman heeft een grafje gegraven en daar is ze door de moeder en de vader met aarde toegedekt. We hebben er een wit steentje op gelegd: ‘hoop’ staat erop. Er komt nog een naamplaatje dat zal worden bevestigd op het beeld dat ‘de doden begraven’ symboliseert. Een plek om te bezoeken en te gedenken. Allereerst voor de vrouw die het kind gedragen heeft en in haar rouwproces een concrete plek heeft om naar toe te gaan. En voor ieder mens die stil wil blijven staan bij de vraag of het de gewoonste zaak van de wereld is dat doodgeboren kindjes worden verzameld tot een kistje vol is om dan in een oven te worden verbrand. Of een plek krijgen in de aarde, waar ze herinnerd mogen worden. Als individu. Uit oogpunt van barmhartigheid.

 

Cor Ofman

 

 

 

zo

09

mrt

2014

Woorden tekort

‘Je bent zo stil. Is er iets?’

Ja. Er is iets aan de hand met het systeem waarin de regelgeving over de toelating van vreemdelingen door bureaucraten zo wordt geïnterpreteerd het erop lijkt dat het Nederlandse vreemdelingenbeleid niet alleen inhumaan is geworden, maar dat wat kenmerkend was voor Nederland niet meer lijkt te bestaan. Ik kon het niet precies in woorden vatten, totdat ik in de onlangs verschenen voorpublicatie van de biografie die Jolanda Withuis over koningin Juliana schrijft een zin las die prinses Juliana tijdens de Tweede Wereldoorlog  in een rede op 17 juni 1940 voor de Canadese radio heeft uitgesproken:

‘Mijn landgenoten hebben altijd het recht verdedigd van het individu op zijn eigen vrijheid, op de vrijheid van zijn persoon en de vrijheid van zijn geest. Wanneer in andere delen van de wereld die rechten werden ontzegd, heetten zij hen welkom en namen zij hen op in hun harten en in hun huizen.’ (zie: Jolanda Withuis, Juliana’s vergeten oorlog, pag. 29)

 

Het individuele recht op vrijheid. Later door president Franklin Roosevelt neergelegd in de Four Freedoms: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van vrees en vrijwaring van gebrek. De eerste aanzet tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Die rechten worden in Nederland steeds meer veronachtzaamd. Door de politieke beleidsmakers, de wetgevers en de uitvoerders van de wet- en regelgeving.

Mensen die ik heb opgenomen in mijn hart en in mijn huis wordt het recht ontzegd hier de vrijheid te genieten die hen elders wordt ontzegd. Om wie gaat het?

 

De Raad van State, het politieke rechtsorgaan van de regering, meent recht te spreken in de naam van de Koning door HIV patiënten uit Nigeria en Ghana het recht te onthouden in Nederland een medische behandeling te ondergaan die hen in leven houdt, omdat behandeling in landen van herkomst mogelijk zou zijn. De mening van in Nederland gezaghebbende artsen dat medische behandeling in de landen daar onvoldoende is gegarandeerd wordt door een arts van het Bureau Medische Advisering van de IND genegeerd, omdat uit anonieme, dus niet te verifiëren bronnen in Nigeria en Ghana zou blijken dat de behandeling daar wel aanwezig zou zijn.

Een Ghanese HIV patiënt kan namelijk bij één apotheek in Accra de door haar of hem gebruikte medicatie laten bestellen in het Verenigd Koninkrijk. De medicijnen zijn dus beschikbaar. Of ze door de patiënt betaalbaar zijn, is kennelijk niet van belang. Of artsen in Ghana in staat zijn de werking van medicijnen, die daar niet standaard aanwezig zijn, te controleren, is niet aan de orde. Je kunt immers niet dezelfde hoge standaard aanleggen die wij in Nederland hanteren inzake de medische zorg, oordeelt de Raad van State.

De medicatie kost zo’n 1.250 euro per maand. Dat bedrag is voor een Nederlandse HIV patiënt niet uit eigen inkomen op te brengen. Wij hebben daarvoor een solidariteitssysteem bedacht, de ziektekostenverzekering. Die bestaat in Ghana niet. De levensstandaard in Ghana is zo laag dat een HIV patiënt niet in staat is om maandelijks uit eigen middelen 1.250 euro voor de medicijnen te betalen. Via het I.O.M., de internationale organisatie voor migratie, kan een Ghanees die er voor kiest Nederland vrijwillig te verlaten, een bedrag van 2.600 euro meekrijgen. Genoeg voor twee maanden medicatie. Wat er daarna gebeurt?

 

De Raad van State heeft geoordeeld dat uitgeprocedeerde asielzoekers uit verschillende brandhaarden en schroeiplekken van de wereld terug kunnen naar hun eigen land, omdat daar behandeling aanwezig zou zijn. Ik ken verscheidene ex-asielzoekers uit Sierra Leone. Ze zijn zo getraumatiseerd door de verschrikkingen van de burgeroorlog die daar heeft gewoed, dat ze jarenlange behandeling behoeven door gerenommeerde behandelcentra voor oorlogsslachtoffers, als Centrum 45 en Equator Foundation, voor een posttraumatisch stress syndroom (PTSS). Ook zij zouden volgens de IND voor behandeling terecht kunnen in Freetown. In december vorig jaar bezocht Margriet Muurling, met wie ik een training interculturele communicatie verzorgde voor een groep aankomende spreekuurmedewerkers van Stap Verder in de Bijlmer, in Freetown een vriendin die werkzaam was in het behandelcentrum aldaar. De patiënten zitten daar vastgeketend. Of zo’n behandeling aanslaat? De IND zal met droge ogen zeggen: je kunt niet dezelfde hoge standaard aanleggen die wij in Nederland hanteren inzake de medische zorg.

 

De Raad van State heeft geoordeeld dat een Eritrese vrouw niet voor gezinshereniging in aanmerking komt met haar Nederlandse echtgenoot en haar vier Nederlandse kinderen, omdat de man nog niet lang genoeg arbeidsongeschikt is om vrijgesteld te worden van de inkomenseis, de kinderen niet lang genoeg geworteld zijn in Nederland en, mocht Eritrea voor de man te gevaarlijk zijn - hij heeft er eerder tweeënhalf jaar zonder vorm van proces gevangen gezeten - , er altijd nog een ‘derde’ land zijn waar gezinsleven mogelijk zou zijn, bijvoorbeeld Soedan. Want daar verblijft de vrouw op dit moment met het jongste kind. Ik kan het me niet voorstellen: een christelijk gezin, met een man die fysiek en psychisch niet in staat is om te werken, zou in een moslimland zijn gezin kunnen onderhouden? Ik weet niet welke ambtenaar van achter zijn of haar bureau dit soort oplossingen bedenkt of als standaardzin uit een computertekst knipt en plakt.

‘Cor, wanneer komt mamma naar Nederland?’, vraagt Simon. ‘God verhoort’, betekent die naam.

Kijkt God de andere kant op? Of doen wij dat?

 

Ik kreeg een keer ongenadig op mijn kop van Lodewijk Dros, redacteur bij het dagblad Trouw, na afloop van een viering van Heilig Vuur West, toen ik bij een inleiding op de voorbeden aandacht had gevraagd voor een ex-asielzoeker die regelmatig de vieringen had bezocht, maar na een vreemdelingenbewaring was gedeporteerd. Ik had het woord deporteren niet mogen gebruiken. Dat woord was voorbehouden aan de joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland waren weggevoerd naar de concentratiekampen. Dat mocht niet in een andere context worden gebruikt. Mea culpa. Ik moet voorzichtig zijn in mijn bewoordingen. Ik zal het woord ‘illegalen’ niet in de mond nemen. Ik spreek en schrijf over ‘ongedocumenteerden’ als ik het heb over mensen die geen verblijfsvergunning hebben. In 1938 werd het woord ‘illegaal’ in Nederland voor het eerst gebruikt, toen joodse vluchtelingen, na de Reichskristallnacht uit Duitsland naar Nederland vluchtten. De meesten werden bij grenscontroles teruggestuurd (…). Wie aan de controle wist te ontsnappen en in Nederland verbleef, heette ‘illegaal’. Het zou tot 1969 duren voordat die term opnieuw zou opduiken, alleen toen voor gastarbeiders die zonder visum naar Nederland waren gekomen. (zie: Leo en Jan Lucassen, Winnaars en verliezers, 2011, pag. 184)

Kort voor de opheffing van de boekwinkel in de Kalverstraat, die vroeger De Slegte heette, probeerde ik in de uitverkoop nog iets van mijn gading te vinden. Ik vond in de chaos een boek van Jim Wallis, een bekende Amerikaanse evangelical, vanwege zijn - ik zou bijna zeggen Doperse - opvattingen over gerechtigheid en vrede. Het boek heeft als titel God’s Politics, de politiek van God. Jim Wallis beschrijft in zijn boek hoe hij aan studenten de opdracht gaf om in de Bijbel te zoeken naar gedeelten waarin het over de armen ging en over Gods antwoord op onrecht. De studenten vonden duizenden teksten over de armen. Een van hen pakte een oude Bijbel en knipte er met een schaar alle teksten uit die over armen gingen. Van de profetenboeken bleef niet veel heel. Amos, Jesaja, Micha. Allemaal teksten over onrecht tegen de armen. Van de Psalmen bleef weinig over. Alles over het Jubeljaar, vanaf Leviticus, werd weggeknipt. Dat slaven in vrijheid moesten worden gesteld, dat schulden moesten worden kwijtgescholden, dat het land teruggegeven moest worden aan de oorspronkelijke bezitters. De Lofzang van Maria werd eruit geknipt, het eerste optreden van Jezus in de synagoge in Nazareth. De hele Bergrede. De gemeentevorming uit het boek van de Handelingen der Apostelen met de mededeling dat er zo gedeeld werd dat niemand onder hen behoeftig was. En ook teksten van Paulus, Jacobus, Johannes. Het was een Bijbel zo vol met gaten dat die uit elkaar viel. Wat restte was een boek zonder sociaal gezicht. Wie de arme links laat liggen, maakt van de Bijbel een boek met gaten. (zie: Jim Wallis, God’s politics, pag. 212vv)

 

‘Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens’, schreef Okke Jager ooit. Het is een leidraad in mijn leven. Ik kom er niet van los.

‘Je bent zo stil. Is er iets?’.

Ja. Ik kom woorden tekort.

Ik kan niet de andere kant opkijken. Mea culpa.

 

Cor Ofman

 

ma

16

dec

2013

Are we with many more?

 

Het verhaal van de Vluchtkerkgroep is dat van een continuing story. Een kerngroep van 159 ex-asielzoekers, die ooit het geluk hadden op het juiste moment op de juiste plaats te zijn om door de juiste intaker te worden geregistreerd. En daaromheen een kring van binnenlopers en passanten, kort of langer verblijf houdend in het tentenkamp in Osdorp, de Vluchtkerk in Bos en Lommer, de Vluchtflat in Slotervaart en de Vluchtschans en Amsterdam Centrum. Zo’n honderd stapten heen over het bezwaar in een voormalig Huis van Bewaring te gaan wonen en namen hun intrek in de Vluchtbajes. Voor wat bijzonder kwetsbare mannen en vrouwen vanwege ziek en zeer werd elders adequate opvang geboden. En de rest koos voor de straat. Of liever, voor een creatieve oplossing die voor de zoveelste keer door een kraakgroep werd aangedragen: een onderkomen in de Bijlmer: de Vluchtgarage bij Kralenbeek. Zo’n 90 mensen kunnen daar vooralsnog terecht, mede dankzij een initiatief van Maria Karrar, die eigen sieraden verkocht om de groep aan voedsel en medicijnen te helpen. So far so good. Zo komt Jan Splinter door de winter. Zo kreeg We are here dankzij particulier initiatief een dependance: We are here too!

 

Bijna niemand wordt kansen op een verblijfsvergunning toegedicht. De inzet, vanuit de overheid gezien, is die op terugkeer naar land van herkomst. Geen generaal pardon, enkel de mogelijkheid voor een enkeling om op basis van een nieuwe asielprocedure of uit oogpunt van schrijnendheid alsnog een verblijfstitel te krijgen. De overheid kan ook niet anders. Alleen uitzonderingen bevestigen de regel: streng, maar rechtvaardig. Want daarnaast is er ook nog een los verband van al die andere ongedocumenteerde ex-asielzoekers en arbeidsmigranten, die weinig kansen worden toegedicht om ooit nog in aanmerking te komen voor legaal verblijf: de groep We are with many more. Zij hebben geen aansluiting gezocht bij We are here. Maar ze zijn er wel. Ze houden zich in leven met de steun van hun netwerk van landgenoten, een aantal hulpverleningsinstanties, goedwillende kerken en burgerinitiatieven. Ze ontbreken in de statistieken, maar ze moeten wel genoemd worden, om niet aan de aandacht te ontsnappen.

 

De vraag is welke rechten ze kunnen ontlenen aan internationaal gefundeerde mensenrechten, die ook door Nederland zijn onderschreven: recht op toegang tot de gezondheidszorg, recht op juridische ondersteuning, recht op veilige aangifte bij de politie en, sinds de immediate maesure van het Sociale Comité voor mensenrechten van de Raad van Europa.

Deze maatregel werd Nederland opgelegd na een klacht van de Protestantse Kerk van Nederland tegen de Nederlandse staat, ondersteund door de CEC, de Conferentie van Europese Kerken, dat Nederland het hoognodige aan ongedocumenteerden onthield: onderdak, voedsel en kleding.

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Fred Teeven, kwam er niet mee weg door te stellen dat iedere ongedocumenteerde die bereid was om mee te werken aan vertrek onderdak kon krijgen in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL).

Het moet gezegd worden dat burgemeester Eberhard van der Laan het voortouw heeft durven nemen om voor een humaner beleid te pleiten en daarmee de andere grote steden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft meegekregen. Ware dat niet het geval geweest, dan had de weg naar de rechter opengestaan.

 

De rechterlijke macht is onafhankelijk en kan zich laten leiden door andere regelgeving dan Nederlandse wetten. Internationale verplichtingen en persoonlijke omstandigheden van betreffende ongedocumenteerden kunnen leiden tot het recht op voorzieningen die hun in eerste instantie door de overheid zijn onthouden.

Daarnaast hebben ongedocumenteerden het recht om in beroep te gaan, te beginnen bij de Raad van State, en bij afwijzing bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, en zo nodig bij het Mensenrechten Comité van de Verenigde Naties.

 

Dat is een lange weg, maar niet een onbegaanbare. Niemand heeft van origine meer recht dan een ander om op een bepaalde plaats op aarde te verblijven, heeft de Duitse filosoof Emanuel Kant ooit geschreven.  Ik heb als geboren Nederlander niet meer recht dan een ander om in Amsterdam te wonen. Ik ben in Groningen geboren. Ik ben naar Amsterdam gemigreerd om te studeren en vond er vervolgens werk. Waarom zou ik meer recht hebben om in Amsterdam te verblijven dan een ongedocumenteerde in Amsterdam geboren man van Marokkaanse ouders. Wat zou mij meer Amsterdammer maken dan hij? Het geluk dat mijn vader van origine Amsterdammer was (maar zich tijdens de Tweede Wereldoorlog vanwege de honger in het Noorden vestigde)?   

 

Ik ontleen mijn drijfveer om mij in te zetten voor ongedocumenteerden niet aan de regel van Emanuel Kant. Ik voel me geroepen door de boodschap van barmhartigheid van Immanuël Jezus.

Bij hem ging de regel van de barmhartigheid boven alles: hongerigen te eten geven en dorstigen te drinken; naakten te kleden en vreemdelingen te huisvesten; zieken en gevangenen te bezoeken. Die werken van barmhartigheid probeer ik in mijn werk en in mijn leven gestalte te geven. Die overstijgen de Nederlandse wet- en regelgeving. Die zijn leidend. Op haar manier heeft ook Maria Marrar, Eritrese van origine, dat ze hart heeft voor mensen.

 

De vraag is of er genoeg medestanders zijn om de werken van barmhartigheid tot leidraad van alle medemenselijkheid te maken. Het klimaat in Nederland wordt kouder. En het wordt weer Kerst, het moment dat Immanuël (God met ons) toegang vraagt tot ons hart. Are we with many more?

 

Cor Ofman  

 

di

22

okt

2013

De Paus van Amsterdam?

‘Gij die weet wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel, domheid, drift, plezier, onzekerheid’, niets menselijks is Huub Oosterhuis vreemd. De verschijning van de biografie van deze hoogbegaafde priester, pastor van de Amsterdamse Studentenekklesia kreeg meteen de noodzakelijke publiciteit mee door het verhaal over de loslippigheid van Oosterhuis die op een onbewaakt ogenblik tegenover de Blauw Bloed interviewer vertelde over hetgeen Koningin Beatrix hem al dan niet zou hebben meegedeeld over de censuur die van regeringswege leek te zijn toegepast op haar Kerstboodschap in 2010. Het ‘mea culpa’ kwam vlot. In 2011 al en ook nu bij de verschijning van de biografie, waarin hij na een eerdere ontkenning van de gebeurtenis het alsnog niet kan laten los van lip te zijn.

 

Een interessant boek. Over de persoon zelf. Overheersend, eigenzinnig, trefzeker, bozig, bazig. Begaafde taalkunstenaar, ondergewaardeerd door de seculaire schrijvers en poëten, op het kwaadaardige af. Menselijke man, met zijn driften en gevoelens. Zo trefzeker als hij schrijft, zo moeizaam was hij kennelijk in het goed houden van relaties. Maar bevlogen, bewogen, ja, dat zeker. Overtuigd van het eigen gelijk in het interpreteren van de Schrift, kome wat komt. En het kwam: de jaloezie, de afgunst, de afkeer. Van de kant van collega’s, van wie hij dacht dat ze vrienden waren,  de hiërarchie.

Ik besef dat ik, toen ik in 1973 naar Amsterdam kwam, en de vieringen van de ekklesia in de Amstelkerk bezocht, niets wist van al het gezwoeg en gekonkel dat daar aan was voorafgegaan. Ik groeide op in Groningen en daar zongen we liederen van Oosterhuis in de kerk, maar evengoed de liedteksten van een groep rond Chris Fictoor, en van de Groningse priester  Herman Verbeek (die, vreemd genoeg, niet in het boek voorkomt).

Ik heb Oosterhuis niet van dichtbij meegemaakt, anders dan als toehoorder als hij een toespraak hield. Wel Jan van Kilsdonk binnen de Taakgroep Aids van de Amsterdamse Raad van Kerken.

Net voor de verschijning van de Oosterhuis biografie las ik die over Van Kilsdonk. Eigenlijk stelt het me teleur dat beide broeders tegenover elkaar, als het ware postuum, van zich afbijten.

 

Oosterhuis krijgt een soort eretitel opgeplakt: de Paus van Amsterdam. Wie de titel heeft bedacht, weet ik niet. Soms ontstaat iets spontaan. “God 1”, was een andere, naast “God  2” (Jan Ruijter van het Mozeshuis) en “God 3” (Hans Visser van de Rotterdamse Pauluskerk). In de biografie vallen de laatste twee er in feite buiten. Er kan er maar één in de schijnwerpers staan. En uiteindelijk verdient hij het ook. Ik ben benieuwd naar het moment dat ook het archief van Oosterhuis toegankelijk wordt voor onderzoek.

Hoe dan ook. Gelovig Nederland zou er zonder de teksten en liederen van Oosterhuis anders hebben uitgezien.

 

ma

14

okt

2013

Paars met den Bijbel?

Het kabinet Rutte-Asscher heeft zich op financiële onderdelen verzekerd van een meerderheid in de Eerste Kamer, nu de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP in de Tweede Kamer zich hebben vastgelegd op de resultaten van de koehandel, die de respectievelijke kroonjuwelen van deze partijen (het onderwijs, de kinderbijslag, de Johan Willem Friso kazerne in Assen en de GGZ instelling Veldzicht in Ermelo) ongemoeid hebben gelaten. Tegelijk hebben de partijen zich gecommitteerd aan 6 miljard bezuinigingen. Dus de extra kosten zullen ergens anders tot meer minder of minder meer moeten leiden. Het is volgens GroenLinks-parlementariër Jesse Klaver de coalitie van het oude Paars (PvdA, VVD, D66) aangevuld met twee christelijke partijen (ChristenUnie, SGP), kortom ‘Paars met den Bijbel’.

 

Ik betwist die formulering. De behaalde onderhandelingsresultaten hebben niets met de Bijbel te maken. De vijf partijen ontlopen elkaar niet zoveel als het gaat om de economische zakbijbel. In de Bijbel gaat het om materiële en immateriële zaken: hoe je omgaat met de arme, de weduwe en de wees, en de vreemdeling. De eersten krijgen minder minder. De vreemdeling is buiten beeld gebleven. Als de gedoogpartners ergens iets substantieels hadden kunnen bereiken dan had dat een ruimhartiger toelatingsbeleid hebben kunnen zijn: meer uitgenodigde vluchtelingen uit Syrië, meer  vervolgde christenen uit Egypte, een ruimer kinderpardon, een specifiek pardon voor Afrikaanse HIV patiënten die nu dreigen te worden teruggestuurd naar landen die geen garantie kunnen bieden voor toegang tot noodzakelijke zorg. Kortom zorg voor hen die geen ander verweer hebben dan een beroep op onze barmhartigheid.

Als ik het goed heb begrepen hebben de drie oppositiepartijen zich enkel gebonden aan een financieel akkoord. Het staat ze vrij om bij immateriële zaken hun steun aan de coalitie te onthouden. Ik ben benieuwd of dat helpt. Want als het kabinet voor immateriële zaken denkt gebruik te maken van wisselende meerderheden in de Senaat, kan ik al voorspellen dat voor de mensen die werkelijk onderaan de ladder van onze samenleving staan met steun van de PVV en het CDA het onderspit zullen delven. Met name de ChristenUnie heeft hier een kans laten liggen. En, after all,  ook GroenLinks, die op dit punt had kunnen scoren, als het niet de onderhandelingstafel had verlaten .

 

Cor Ofman

 

 

za

27

jul

2013

Klein leed (5)

Marokkaanse man van 45. Ongeveer net zo lang in Nederland als hij ooit in Marokko heeft gewoond. Het zat hem niet mee. Ooit wel een relatie gehad met een Nederlandse, maar het is nooit wat geworden. Vage baantjes. Te weinig om van te leven, te veel om van dood te gaan. Hij werd ziek en toen hij in het ziekenhuis terechtkwam constateerden ze dat hij HIV had. Hij moest aan de medicatie, er werd een procedure opgestart voor verblijf in Nederland voor medische behandeling. De IND wees het verzoek af, want een BMA arts oordeelde dat hij ook in Marokko kon worden behandeld. Dat zal best, maar hoe zou hij ooit voor de behandeling kunnen betalen? Hij zou ervoor naar Rabat of Casablanca moeten, want in het noorden van Marokko was de behandeling kennelijk niet eens voor handen. Lastig, want hij is het Arabisch niet machtig en in Midden-Marokko wordt geen Berbers gesproken. Hij was al eens een keer, tijdens een identiteitscontrole door de politie meegenomen en in vreemdelingenbewaring gezet. Toen ik hem indertijd op de detentieboot in Zaandam opzocht, had hij een forse ooginfectie te pakken. Hij had niet op tijd medicijnen gekregen en dat eist zijn tol.

 

Omdat hij niet uitzetbaar bleek werd hij na verloop van tijd weer geklinkerd. Opnieuw werd door een advocaat een poging gedaan een procedure op te starten. Volgens artikel 64 van de vreemdelingenwet kan voor noodzakelijke medische behandeling ‘uitstel van vertrek’ worden verleend. Zolang de procedure loopt wordt een vreemdeling niet uitgezet. Maar het leverde opnieuw geen resultaat op. Je kon bijna wachten op het volgende moment dat hij weer een keer op verblijfsdocumenten gecontroleerd zou worden.

 

En jawel, dat gebeurde eind november vorig jaar. Ik werd gebeld door een dienstdoende agent van het cellencomplex in Osdorp dat iemand me wilde spreken. ‘Meneer Cor, ze hebben me opgepakt. Ik deed niks.’ Ik vroeg of hij al medicijnen had gekregen. Want toevallig was ik eerder op de avond gebeld door een Ghanese man met HIV, die in hetzelfde cellencomplex zat en nog geen medicijnen had gekregen. Onderbreking van de medische behandeling, hoe kort ook, kan gevolgen hebben voor de resistentie van het HIV virus. Ook hij bleef verstoken van medicijnen. Toen ik de agent wees op de ernst van de situatie, was zijn reactie: ‘Nu hebben ze allemaal opeens een levensbedreigende ziekte. We zijn met acht collega’s voor twintig arrestanten en ze hebben allemaal medicijnen nodig.’ Ze hadden kennelijk wel het OLVG gebeld, waar hij onder behandeling stond, maar daar waren geen recente gegevens te vinden. In ieder geval werd mij duidelijk dat ze de naam van de internist al verkeerd hadden gespeld. ‘Er is geen dokter van den Berg.’ ‘Nee, wel een dokter van den Berk’, zei ik, ‘ en dat is zijn behandelaar.’ ‘Kunt u geen medicijnen voor hem halen bij de apotheek?’, vroeg de agent. Alsof ik op de vrijdagavond bij een dienstdoende apotheek medicijnen voor HIV zou kunnen krijgen voor een patiënt waarvan ik geen concrete persoonsgegevens bij de hand had. ‘Meneer wordt maandag bij de ambassade gepresenteerd en dan wordt hij het land uitgezet.’

Een dag later kreeg ik een telefoontje van de Ghanese man. Hij was weer vrij. Terecht, omdat er een procedure liep. De Marokkaanse man werd overgebracht naar Kamp Zeist, voor vreemdelingenbewaring.

 

Gisteren belde hij op. Hij was een maand overgebracht naar het detentiecentrum Schiphol. Bij elkaar opgeteld acht maanden vreemdelingenbewaring. Wat dat allemaal wel niet kost: 200 euro per dag, acht maanden lang: 48.000 euro tot nog toe. Via het Wereldhuis hielpen wij hem met een bijdrage van het Aidsfonds, van 375 euro per maand. Wat een verschil!

Hij is geen crimineel.

Het wordt tijd om de nationale ombudsman en Amnesty International in te seinen. De rapportages over de misstanden in vreemdelingenbewaring spreken van inhumaan beleid. Staatssecretaris Fred Teeven beloofde niet-criminele vreemdelingen niet nodeloos in bewaring te houden.

Maar ach, hij kan ook morgen weer geklinkerd worden. Tot een volgende keer.

 

Cor Ofman

 

vr

26

jul

2013

Klein leed (4)

Een Afrikaanse vrouw van in de dertig. Zo’n twaalf jaar in Nederland. Ooit als student gekomen. Ook haar ouders woonden hier. Na de dood van haar vader ging haar moeder terug naar Afrika. Zij bleef alleen achter. Ergens ging er iets mis. Ze werd ziek en kreeg de diagnose HIV. Ze miste haar moeder en ging haar opzoeken. Daar in Afrika ging er nog meer mis. Ze kreeg een infectie in haar voet die niet goed behandeld kon worden. Maanden lang in het ziekenhuis. In de tussentijd geen behandeling voor HIV. Uiteindelijk was ze genoeg hersteld om terug te kunnen keren naar Nederland. Bij terugkomst ging ze direct naar het ziekenhuis omdat ze het niet uithield van de pijn. Voet in het gips vanwege een gebroken en kennelijk in Afrika niet geheelde enkel. Ze moest aan de HIV medicatie, maar ze was niet meer verzekerd. Ze moest geopereerd worden, maar niet zonder ziektekostenverzekering. Ze had geen inkomen, geen woning. Via de politie kreeg ze een nacht onderdak bij het Leger des Heils. Ze werd de volgende dag doorverwezen naar HVO. Daar werd haar verteld dat ze alleen maar ernstig zieke vrouwen opvingen. Zij was kennelijk niet ziek genoeg.

 

Ze werd, telkens voor korte tijd, opgevangen door kennissen van haar moeder. Dat bood geen soelaas. Ze moest alles opstarten. Ze kreeg via een fonds geld voor een kamer. Maar ze kon zich op dat adres niet laten inschrijven in het bevolkingsregister. Daarom ging ze naar de Dienst Werk en Inkomen voor een postadres en een uitkering. Daar deden ze moeilijk. ‘Voor DWI is er geen sprake van een levensbedreigende situatie’, zei de klantmanager. Pardon? Ze heeft een levensbedreigende ziekte. Als ze geen medicijnen krijgt gaat ze dood. ‘Het gaat ons erom of de wet het dringend vindt’, was het ambtenaar-correcte antwoord. ‘En mevrouw dartelt nog rond.’ Een beetje ongepaste uitdrukking voor iemand die zich met een voet in het gips en een kruk voortbeweegt. Bij Gods gratie kreeg ze een voorschot op de uitkering. Geen toekenning, geen mogelijkheid zich tegen ziektekosten te verzekeren. Gelukkig had ze via het ziekenhuis medicijnen gekregen, die waren overgebleven van een andere patiënt.

 

Het was zaak om snel een postadres, voldoende inkomen en een ziektekostenverzekering af te sluiten. De vrouw vroeg om de collectiviteitsverzekering die DWI kan bieden, dat spreidt de kosten van het eigen risico. Dat was niet mogelijk, legde de inkomensconsulent van DWI uit, omdat ze niet bij de Gemeentelijke Basis Administratie ingeschreven stond. Dan verstrekt u toch meteen een postadres? Nee, mevrouw moest eerst meer gegevens aanleveren, zoals bankafschriften. Tja, stel je voor dat ze fraude pleegde. Ze had geen bankafschriften, want ze was al lang uitgeschreven uit het adres waar ze eerder woonde. En er zou nog huisbezoek moeten volgen door de afdeling handhaving om te kijken of ze wel werkelijk woonde waar ze zei te wonen. Inmiddels raakte de medicatie op. En het ziekenhuis had geen reservepotje meer. Voor dat argument was de inkomensconsulent niet gevoelig. Maar ja, zij had ook geen HIV. Ze weet waarschijnlijk niet dat onderbreking van de medicatie ernstige gevolgen kan hebben voor de resistentie tegen het HIV virus.

 

Aan de HIV verpleegkundige van het ziekenhuis vroeg ik of er toch geen medicatie kon worden verstrekt. ‘Helaas niet, onze voorraad is op en er zijn geen andere ziekenhuizen die ongebruikte medicijnen bewaren.’ Ik suggereerde dat er misschien een belrondje kon worden gedaan langs andere Amsterdamse ziekenhuizen. Dat gebeurde. Ik werd korte tijd later teruggebeld dat mevrouw in een ander ziekenhuis een voorraadje kon ophalen. Het was het ziekenhuis waar ik vroeger als geestelijk verzorger werkzaam was. Bij de Spoedeisende Hulp staat het beeld van een man die een gewonde man op zijn ezeltje hijst. ‘Barmhartige Samaritaan’, staat er onder, een verwijzing naar een Bijbels verhaal. Toonbeeld van barmhartigheid.

Terug naar DWI. Toonbeeld van onbarmhartigheid en negativiteit. Al te correct ‘regels’ willen naleven leidt tot inhumaan handelen.

 

Cor Ofman

 

zo

21

jul

2013

Klein leed (3)

Een jonge asielzoeker uit Oost-Congo. Dat gebied waar het telkens misgaat vanwege rebellenlegers, openlijke of verborgen interventies door Rwanda. Pas nog de beelden van tienduizenden op de vlucht voor geweld. Hij slaagde er een aantal jaren terug in om met zijn zusje uit te wijken naar Ethiopië. In een vluchtelingenkamp werden zij uitgekozen door de UNHCR om als ‘uitgenodigde vluchtelingen’ naar Nederland te komen. Hij had liever naar Canada gewild, maar hij was zijn zusje ter wille. Ze werden apart uitgeplaatst. Hij kreeg een woning in Amsterdam. Zij ergens in het Utrechtse. Het ging niet goed met hem. Anders dan veel andere uitgeprocedeerde asielzoekers die ik tegenkom, was dat zijn bedje gespreid leek. Geen aandacht voor trauma’s, nee, gericht op een toekomst in Nederland. Geen tijd voor verwerking. Aan de slag. Dat lukte op een gegeven moment niet zo goed. In zijn fonkelnieuwe woning geen ‘gespreid bedje’. Met zo’n achthonderd euro inrichtingskosten had hij het moeten doen. De woning bleef kaal. Het ging mis. Hij bleek voor hij het wist al schulden te hebben. Hij raakte zijn huis kwijt. Kennelijk drukte hij op de verkeerde bellen, want concrete hulp kwam er niet voor deze getraumatiseerde jongen. Voorbeeld van een zorgwekkende zorgmijder. Waarom hebben de instanties het niet gezien? Waarom is niet afdoende ingegrepen. Deed hij zijn mond niet genoeg open? Het is natuurlijk altijd de schuld van de persoon in kwestie. Hoe vaak hoor ik niet: ‘meneer heeft een eigen verantwoordelijkheid’?

Ruim een maand geleden meldde hij zich voor een bijstandsuitkering. Omdat hij een werkloze jongere is, geldt er eerst een termijn van vier weken waarin hij zelf op zoek moet gaan naar werk.

In die tussentijd moet hij kennelijk leven van de wind, leunen op zijn netwerk. Maar zo stabiel is zijn netwerk niet. Hij is geen Nederlandse jongere die ergens nog is ingebed in een netwerk van familie en schoolvrienden.

Hij had honger en drie dagen niet gegeten. Ik belde de DWI medewerker om een voorschot. Nieuwe regelgeving: dat kan niet na vier weken. Dat kan pas vier weken ná een intakegesprek en dat moest nog plaatsvinden. De jongen had honger. Het is Ramadan en daar probeert hij zich aan te houden. Hij kan dus niet terecht op de inloopplekken waar je overdag wel een hapje kunt mee-eten. ‘Hij kan rond tien uur ’s avonds in elke moskee terecht’, was het antwoord. Hij had pas van familie in Oost-Congo gehoord dat een oom was omgekomen tijdens de gewelddadigheden. Hij had geen geld om te bellen. ‘Beltegoed valt niet onder levensbedreigende omstandigheden’, was het antwoord. Nee, maar de wetenschap van nog een slachtoffer in zijn familie triggerde alleen maar het trauma dat hij eerder had opgelopen.

Ik snap de regelgeving. Die is bedoeld om jongeren te stimuleren om werk te zoeken en eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Maar de regelgeving kan toch niet bedoeld zijn om kwetsbare mensen aan de straat over te laten?

 

Cor Ofman

 

za

20

jul

2013

Klein leed (2)

Een Eritrese man. Meer dan dertig jaar als asielzoeker naar Nederland gekomen. Al vijfentwintig jaar Nederlander. Vorkheftruckchauffeur, tot hij ziek werd. Hij trouwde in Eritrea een vrouw. Ze kregen vier kinderen. Hij had onvoldoende inkomen om haar over te laten komen. Toen hij de laatste keer op bezoek ging, werd hij op het vliegveld gearresteerd en twee jaar vastgehouden. Hij durfde het niet te melden bij de ambassade uit angst dat het zijn gezin zou treffen. In 2009 kwam hij terug. Sinds die tijd ken ik hem. Een gebroken man, lichamelijk en geestelijk ziek. Voortdurend in zorg over het lot van vrouw en kinderen. We deden een nieuwe poging tot gezinshereniging. De vrouw slaagde voor haar inburgeringsexamen, de legeskosten van 1.250 euro voor de aanvraag werden betaald. De aanvraag werd afgewezen. Niet lang genoeg arbeidsongeschikt, onvoldoende inkomen. Want met een uitkering alleen kun je je gezin niet laten overkomen. De zaak sleepte voort, in bezwaar en beroep. De drie oudste kinderen kwamen naar Nederland, omdat de oudste zoon gevaar liep geronseld te worden voor het leger. Eritrea is in permanente staat van oorlog met Ethiopië, waarvan het land zich afscheidde. Zijn vrouw en jongste dochter bleven achter. De situatie verslechterde. Omdat het Nederlandse paspoort van de dochter moest worden vernieuwd en er in Asmara geen Nederlandse vertegenwoordiging meer was moesten moeder en dochtertje naar Khartoem, Soedan, waar wel een Nederlandse ambassade is. Een risicovolle tocht en een risicovol bestaan in de Soedanese hoofdstad, omdat terugkeer naar Eritrea nog riskanter was. Gelukkig: de rechtbank vernietigde het besluit van de IND. Hoopvol zag de man met zijn drie kinderen uit naar de gezinshereniging met vrouw en jongste dochter. Maar de IND ging in Hoger beroep. Het gezin kon zich immers ook vestigen in Soedan. Stel je voor: een zieke man die daar zou moeten zorgen voor zijn gezin, zonder inkomen. Stel je voor: vijf Nederlandse staatsburgers en één Eritrese die zich ‘best wel’ kunnen vestigen in een voor allen vreemd land. Stel je voor: zes Pinksterchristenen die moeten zien te overleven in een streng islamitisch land. Hoe komt het in het hoofd van een beslisambtenaar op?

Even dachten we: misschien kan een interventie door een Tweede Kamerlid bij staatssecretaris Teeven nog een wending ten goede geven. Joël Voordewind gevraagd. Mis. De zaak ligt nu eenmaal bij de Raad van State. Hoe onmenselijk en hoe wreed wil je het hebben?

 

Cor Ofman

 

ma

01

jul

2013

We moeten ons slavernijverleden niet wegpoetsen

 

Wie het essay van Piet Emmer in het dagblad Trouw van 29 juni over het Nederlandse aandeel in de geschiedenis van de slavernij leest, zou bijna tot de conclusie komen dat de Nederlanders weinig te verwijten valt. Het waren de Afrikanen en Arabieren die de slaven ter verkoop aanboden. En op de plantages in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname hadden de slaven het zo goed dat ze geld hadden kunnen sparen ‘om zich na hun vrijlating dure kleren te kunnen veroorloven’. Op de keper beschouwd hadden ze het beter dan ze het in hun eigen Afrikaanse landen ooit hadden kunnen krijgen. Nederlanders deden alleen waar ze goed in waren: het vervoer van de slaven. En dat waren er op een gegeven moment niet meer dan twee, drie schepen per jaar. Waar zeuren we eigenlijk over. Je moet het in de context van die tijd zien. Schadevergoeding? Wij zeuren bij Spanje toch ook niet over herstelbetalingen over de tijd van de 80-jarige oorlog. Nee, dan de Ghanezen die nu met de Surinamers in Nederland de afschaffing van de slavernij gedenken. Die zijn wellicht afstammelingen van de slavendrijvers. Emmer veegt het straatje schoon. Objectieve historische feiten, gebaseerd op de geschiedschrijving van de overheerser. En ach, ook de koopman leed verlies. Niet alleen de slaven die de overtocht niet overleefden. Ook het personeel op de schepen legde het loodje. Dat ze er nog brood in zagen om, aan het eind nog drie schepen per jaar, met zo’n 2700 slaven, van het ene naar het andere werelddeel te vervoeren. Het was bijna liefdewerk oud papier. Stel je voor dat we het nu deden. De wereld zou te klein zijn.

Het zal best waar zijn dat mensen in Afrika, door mede-Afrikanen als koopwaar aangeboden, anders wel in hun eigen werelddeel een leven in armoede hadden geleid. Het gaf Nederlandse handelaren nog niet het recht ze te kopen, te vervoeren en in een andere uithoek te werk te stellen. Het waren geen landverhuizers die reikhalzend uitkeken naar een nieuwe wereld waar ze een bestaan hoopten op te bouwen. Ze werden niet uit vrije wil geketend en gekerkerd en als vee vervoerd.

 

In 1856 schreef de Amsterdamse godsdienstonderwijzer T.M. Looman in een brochure over het verbod op slavenhandel: ‘Alle verscheidenheid van taal en huidskleur zijn weggesmolten in de onmetelijke oceaan van de liefde in welke de Vader de Zoon heeft gezonden tot een zaligmaker der wereld. Onder de miljoenen mensen is er geen enkele die daar buiten valt. Delen ook wij in die liefde, dan moet onze liefde uitgaan naar alle verdrukten, bovenal naar de slaven als de meest verdrukten. Dit te meer omdat christendom en slavernij niet kunnen samengaan. Slavernij is strijdig met de grondslagen van het christendom en staat meer dan iets anders de prediking van het Evangelie in de weg.’ Ds. C.S. Adama van Scheltema schreef in datzelfde jaar aan zijn kerkenraad (van de hervormde gemeente te Amsterdam) naar aanleiding van een advertentie in het Handelsblad over de publieke verkoop van een plantage ‘met hare negermagt’: ‘Hoe is het mogelijk dat in het jaar onzes Heren 1856 de hoofdstad van Nederland nog behoort tot de plaatsen waar mensen, misschien medebelijders met ons van hetzelfde Evangelie, als koopwaar en roerend goed mogen worden ter markt gebracht en dat om wederrechtelijk van hun vrijheid beroofden met zweepslagen tot arbeid voor hun rechtmatige eigenaren te worden genoodzaakt.’ Het leidde tot een oproep van de kerk in Amsterdam aan de regering om de slavernij af te schaffen.

 

Afkeuring van slavernij en diepe spijt over wat mensen is aangedaan is dus geen stellingname met de kennis van nu, maar was er al méér dan 150 jaar terug. Over geschiedenis gesproken.

 

Cor Ofman

 

di

04

jun

2013

Hoera, een Vluchtflat. En: de Toorop in de herkansing

 

Als de burgemeester een deur sluit, opent de kraakbeweging een venster. Met deze variant op een spreekwoord mogen de bewoners van de voormalige Vluchtkerk zich nu, tijdelijk, verheugen op een 'voortgezet verblijf' in de Vluchtflat.

Bij het zoeken naar een plaatje voor de Vluchtflat trof ik bovenstaande foto aan die in 2010 moet zijn gemaakt ter gelegenheid van de opening van het pand De Toorop.

Freek Ossel, wethouder diversiteit, en Paulus de Wilt, portefeuillehouder Slotervaart, openen vol trots het gebouw de Toorop. Nieuw West Express tekende het volgende er bij aan: ‘De Toorop is een bruisende ontmoetingsplaats voor buurtbewoners, bijzondere sociale initiatieven, kunstenaars en creatieven. Hier kunnen zij kennis en ideeën uitwisselen zodat nieuwe projecten en culturele initiatieven kunnen ontstaan. De Toorop wil hiermee het creatieve en culturele klimaat rondom het August Allebéplein en in Amsterdam stimuleren en de leefbaarheid in de buurt optimaliseren. Daarmee is De Toorop een aanwinst voor de wijk!’

Die ‘broedplaats’ voor bijzondere sociale initiatieven in het stadsdeel Slotervaart blijkt dus al snel ter ziele te zijn gegaan. Een mooie kans niet alleen voor woningbouwvereniging De Key, maar ook voor het stadsdeel om de leefbaarheid van een groep asielzoekers te optimaliseren.

Misschien kan Paulus de Wilt in de komende weken van zich laten horen. Hij is één van de vier kandidaten voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks voor de gemeenteraadsverkiezingen. Aardige casus voor een politicus die hogere ambities koestert dan het stadsdeel alleen.

 

Cor Ofman

 

vr

31

mei

2013

Ná de Vluchtkerk

Vandaag is het dus zover. Het einde van de Vluchtkerk op de locatie in Bos en Lommer. Iedereen had het wel zo’n beetje gehad. De gemeente, de eigenaar van het gebouw, de diaconie, de vrijwilligers.

Als je met veel mensen uit verschillende culturen op een kluitje moet leven in een slecht geoutilleerd gebouw moet je óf niet veel beter gewend zijn óf geen alternatief hebben of idealist zijn.

Na een eerdere vertrekdatum op, nota bene, Eerste Paasdag, was de deadline nu gesteld op 1 juni.

Vluchtelingenwerk Amstel to Zaan zou alle bewoners spreken, hun dossiers aan een review onderwerpen en een schifting maken in kansloos en iets van een perspectief. Ze zijn er op 1 juni nog niet klaar mee, heb ik uit de nieuwsberichten begrepen. Dat kan ik me voorstellen. Hoe kun je zorgvuldigheid betrachten als je in een vloek en een zucht de levensverhalen van de mensen moet beoordelen op geloofwaardigheid. Want de door de IND opgetekende verhalen vertellen vaak maar een deel van de werkelijkheid, het perspectief in de ogen van de IND-medewerker die vooral kijkt naar mogelijke tegenstrijdigheden in een verhaal en al negatief oordeelt als de vluchtroute ongeloofwaardig wordt bevonden en er te weinig bewijzen zijn omtrent de identiteit van de asielzoeker. Standaard.

Om te peilen of er meer gebeurd is heb je tijd nodig. Ik heb er vaak maanden over gedaan om voldoende vertrouwen te winnen bij getraumatiseerde vrouwen en mannen om het verhaal er uit te krijgen. Dat lukt niet in een gesprek van een uur.

 

Vluchtelingenwerk is dus nog lang niet klaar. Burgemeester Eberhard van der Laan is er inmiddels klaar mee. Afspraak is afspraak, ook bij ongelijke verhoudingen. Want waarmee kan de bewonersgroep zich verdedigen? Het schijnbare collectief ‘Wij zijn hier’ lijkt uit elkaar gespeeld. Er wordt individueel naar oplossingen gekeken. De meest schrijnende, zieke, psychisch kwetsbare groep, een twintigtal, krijgt opvang. Wellicht zit er nog wat perspectief in voor een aantal anderen, dat zal blijken of er via ‘buiten schuld’ procedures nog wat te winnen valt. En dan houdt het wel op.

Wie de Vluchtkerk verlaat krijgt van de gemeente 225 euro mee, het bedrag dat vanuit het gemeentelijk noodfonds in de regel wordt uitgekeerd voor één maand leefgeld (eten, drinken, vervoer, beltegoed). Daarmee moeten mensen het in hun eigen netwerk redden.

 

Ik denk dat een aantal het daarmee een tijdje kan uitzingen: zij die een netwerk(je) hebben waar ze ook al verbleven tijdens de Vluchtkerkperiode. Want niet iedereen sliep elke nacht in de Vluchtkerk.

‘Wij zijn hier’ was, naast een voor sommigen noodzakelijke slaapplek, vooral ook een actiegroep. De vraag is hoe dat verder gaat. Het voordeel van de Vluchtkerk als slaap- en actieplek was dat iedereen samenkwam. Nu iedere bewoner zijn eigen weg weer moet vinden dreigt het collectief uit elkaar gespeeld te zijn en zal het veel moeilijker zijn de onderlinge verbondenheid gestalte te geven.

Natuurlijk kun je je afvragen of er sprake was van echte verbondenheid, gezien de landen van herkomst, maar er was tenminste een concrete verbondenheid. Nu ieder zijns weegs gaat, zal die lastiger te organiseren zijn.

 

Verdeel en heers. Dat is een oud motto. De toekomst zal uitmaken of de groep zich niet laat verdelen. En als dat wel het geval is dan lijken ze, vroeger of later ieder voor zich weer aan de straat overgeleverd. Wij waren hier. Wie is ‘wij’? Waar zijn wij?

 

Cor Ofman

 

vr

10

mei

2013

(geen) recht op geluk?

Wie zou mensen het recht willen ontzeggen om geluk te zoeken? Waar in de Amerikaanse grondwet the persuit of happiness een grondrecht is, lijkt in Nederland de term ‘gelukzoeker’ een negatieve kwalificatie voor al die mensen die uit verre buitenlanden in ons land een nieuw bestaan hopen op te bouwen. Welbeschouwd zou je dan ook alle Nederlandse landverhuizers uit de jaren vijftig, die hun geluk gingen beproeven in Canada en Australië dus moeten diskwalificeren. Er is niets mis mee om je heil, of je toevlucht, ergens anders te zoeken als je het in eigen land niet langer kunt harden. Het kan om politieke redenen zijn dat je eigen land ontvlucht, omdat je daar gevaar loopt als lid van de oppositie of als iemand met een andere seksuele oriëntatie. De meeste mensen zullen niet verder komen dan een buurland en zich daar vestigen. Dat is geen probleem zolang je tot dezelfde bevolkingsgroep behoort. In Afrika zijn nogal wat landsgrenzen getrokken door voormalige Europese kolonisators, die geen rekening hielden met het grondgebied van een bepaalde stam of clan. Machthebbers hebben nu eenmaal de neiging om, als het om de verdeling van de macht gaat, met een paar liniaalstrepen grenzen te trekken. En tijdens de Tweede Wereldoorlog was de onderkant van Churchill’s sigarendoos voldoende om in Jalta de landen van Oost- en West-Europa onder de geallieerden te verdelen. Naar het recht van de bevolking van die landen om een eigen keuze te maken werd niet getaald. Het leverde in het niet eens zo verre verleden vluchtelingenstromen uit Hongarije en Tsjecho-Slowakije op die ook in Nederland een toevlucht zochten. En het hield en houdt Polen, Bulgaren en Roemenen niet tegen om hun geluk in ons land te beproeven. Nu hebben zij het ‘geluk’ om deel uit te maken van de Europese Unie en kunnen zij ‘vrij reizen’.

 

Anderen is dat geluk niet beschoren. Ze wagen voor hun streven naar geluk hun leven op wankele bootjes bij de overtocht naar Europa. Ze maken gebruik van mensensmokkelaars, die steeds ingenieuzer te werk moeten gaan, om te voorkomen dat ‘gelukzoekers’ al bij aankomst op Schiphol worden vastgezet in het ‘niemandsland’ van de vreemdelingendetentie. Nederland lijkt koploper in het weren van ongewenste nieuwkomers bij de landsgrenzen voor zover het om de luchthavens gaat.

Maar de meesten komen over land. En die stroom houdt niet op. Die gaat ondergronds door. Wie pech heeft en opgepakt wordt, neemt zijn verlies of verzet zich tegen uitzetting. De Dienst Terugkeer & Vertrek weet voor nauwelijks een kwart van de onwilligen een Laissez Passer te regelen en klinkert na een maand of zes die mensen uit de vreemdelingenbewaring bij wie de kans op uitzetting miniem is. Als de strafbaarstelling van illegalen wet wordt, krijgen we er straks vele ‘criminelen’ bij, die geen ander ‘misdrijf’ hebben begaan dan het zoeken naar geluk. Ze zullen bij de minste of geringste controle opnieuw het circus van de vreemdelingenketen moeten meemaken. Het net sluit zich nauwer naarmate een andere wet van kracht wordt: het recht van de politie om zonder tussenkomst van de rechter-commissaris zonder toestemming van de bewoner huizen van vreemdelingen te doorzoeken op de aanwezigheid van paspoorten en mobieltjes, waaruit de identiteit van ongedocumenteerde vreemdelingen valt af te lezen. Je hoeft maar kwaadwillige of achterdochtige buren te hebben, die als klikspaan fungeren om de politie op je dak te krijgen. Het zal ‘gelukzoekers’ niet echt ontmoedigen. Want ze hebben niets te verliezen.

 

Hoeveel gelukzoekers ons land telt, is onbekend. Uit onderzoek zou blijken dat in ons land zo’n honderdduizend mensen zonder papieren zouden verblijven. Dat is een slag in de lucht. Ieder jaar worden mensen MOB verklaard. Ze zijn vertrokken ‘Met Onbekende Bestemming’. Ze zijn niet weg, ze zijn alleen niet meer zichtbaar aanwezig. Dat waren ze voorheen ook al niet. Want niemand zonder papieren zal in de kijker willen lopen. Toen de Rotterdamse hoogleraar Engbersen een aantal jaren terug op grond van onderzoek van het aantal staande houdingen door de Amsterdamse politie het aantal ongedocumenteerden in Amsterdam op 14.000 schatte, ging hij uit van 2650 mensen uit de Sub-Sahara landen. In het Wereldhuis van de Protestantse Diaconie van Amsterdam hebben we de afgelopen tijd meer dan tweeduizend mensen op ons inloopspreekuur gezien. Ik durf rustig te stellen dat van die mensen maar een handvol daadwerkelijk is uitgezet. Vele handen vol hebben in vreemdelingenbewaring gezeten en werden weer geklinkerd.

 

Het beleid werkt niet. Ontmoediging werkt niet. Strafbaarstelling zal ook niet werken. Het zal alleen maar leiden tot hogere prijzen (voor mensensmokkel of het huren van een matras) en tot uitbuiting.

Zolang er in landen van herkomst onvoldoende kans is op het verwerkelijken van geluk, zullen mensen blijven komen. Ze zijn hier en ze gaan niet weg. Kerken en andere maatschappelijke organisaties staan voor de vraag of ze vooralsnog ongestraft hulp kunnen blijven verlenen aan mensen die door ziekte of uitbuiting aan de onderkant van onze samenleving terecht zijn gekomen.

Dan komt een andere dimensie naar voren: die van de compassie. Is er in de samenleving voldoende draagvlak voor de steun aan mensen die in hun zoektocht naar geluk zijn gestrand? Het grootste deel van de ongedocumenteerde arbeidsmigranten wordt binnen het eigen netwerk opgevangen. Dacht ik dat op elke ‘legale’ Ghanees (zo’n 10.000 in Amsterdam) evenveel ongedocumenteerd zijn, vertelde een medewerker van een lokale tv dat er naar zijn schatting 60.000 Ghanezen in Amsterdam zouden wonen. Ik kan dat getal niet rijmen met andere onderzoeksgegevens. Maar wat wil je? Aan iemands gezicht valt niet af te lezen wat zijn of haar verblijfsstatus is. Gelukkig maar.

 

Cor Ofman

 

za

27

apr

2013

Voorbede

 

Ik bid vandaag met jullie voor een man die staatloos is, omdat geen land hem wil, het land waar hij geboren is niet, het land van zijn ouders niet, ons land evenmin. Die bij zijn ‘buiten schuld’ aanvraag bijna in vreemdelingenbewaring ging, maar daarvoor gespaard bleef.

 

Ik bid vandaag met jullie voor een man die slapeloze nachten heeft omdat zijn Eritrese vrouw en Nederlandse dochter in Soedan wachten tot de Raad van State hen in het gelijk stelt om de gezinshereniging mogelijk te maken of de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, die daartegen in hoger beroep is gegaan; dat zij het lange wachten kunnen verduren.

 

Ik bid vandaag met jullie voor een vrouw met haar zoon, die door een voortijdige dood van haar Nederlandse man niet op tijd hun recht op verblijf konden regelen, die letterlijk leven op water en brood, omdat de middelen niet toereikend zijn.

 

Ik bid vandaag met jullie voor een man die ongeneeslijk ziek is en zich afvraagt of hij zijn leven mag teruggeven aan God.

 

Ik bid vandaag met jullie voor een weduwe uit Sierra Leone, die in Nederland een zoon heeft terug gevonden, en weet dat een andere zoon zich bevindt in de Verenigde Staten, die één zoon heeft verloren door sikkelcelziekte en niet weet of haar andere drie kinderen nog in leven zijn; die zich alleen met een rollator kan voortbewegen, maar volgens de IND niet ziek genoeg is om haar leven niet voort te kunnen zetten in haar land van herkomst.

 

Dat de Eeuwige zich ontfermt. Dat wij ons ontfermen en barmhartig zijn voor elkaar.

 

ma

22

apr

2013

Cock ring of Fuxx: hoe homo wil je het hebben?

 

De IND heeft weer eens op geheel eigen wijze negatief beslist op een aanvraag voor een verblijfsvergunning door een homoseksuele jongeman uit Egypte. De combinatie (koptisch) christen en homoseksueel is in de Egyptische samenleving én in zijn christelijke kerk die van kafir en zondaar tegelijk. Hoe onthullend is de belangstelling van hetgeen hij vanaf zijn tiende ‘onder de lakens’ heeft beleefd en hoe hij na zijn vlucht uit Egypte zich actief als homoseksueel in Nederland heeft gemanifesteerd. Kennelijk heeft de IND een sjabloon ontwikkeld om homoseksuelen uit homo-onvriendelijke landen te testen. Je moet toch minstens homokroegen en homo-organisaties bij naam en toenaam kennen, weten hoe homo’s zich onder elkaar verstaan. De IND verwacht kennelijk van een ingetogen traditioneel orthodox christen zich te hebben begeven in kringen van leernichten en transseksuelen, in plaats van die kerkelijke organisaties als de (overigens homovriendelijke) Keizersgrachtkerk en het Wereldhuis waar de gevoelens bespreekbaar zijn die tegenover landgenoten niet te ‘outen’ zijn. De predikant die als hulpverlener meekwam werd duidelijk gemaakt zich niet in het gesprek te mengen. Volgens het IND-verslag was er geen hulpverlener tijdens het interview aanwezig. Hoe kafkaësk wil je het hebben?

De jongeman die eerder in vreemdelingenbewaring compleet op tilt sloeg heeft het vertrouwen in de Nederlandse overheid opnieuw verloren. In de vreemdelingenketen ontbreekt de humaniteit. En die drijft wanhopige mensen tot suïcide.

Ik kan mezelf wel een klap voor mijn kop geven, dat ik hem niet heb voorbereid op het interview met de IND ambtenaar. Dat ik hem niet heb verteld over de ins en outs van de gay scene. Omdat ik ‘ervaringsdeskundige’ ben. Sinds 1987 heb ik als pastor te maken gehad met Nederlandse christenen die niet voor hun geaardheid durfden uit te komen, ken ik oudere collega’s uit mijn eigen Protestantse Kerk die met de grootste schroom over hun seksuele oriëntatie spreken. Ken ik predikanten uit behoudender kerkgenootschappen die werden geschorst, toen ze zich, eindelijk, durfden te ‘outen’.

En ach, wat weet ik zelf van de scene? Ik woonde ooit naast het huidige politiebureau in de Beursstraat. Buurmannen runden indertijd de Cock ring. Dat was toen een fameuze tent, waar je je helemaal kon uitleven. Ik heb daar nooit de behoefte toe gehad. Evenmin als bezoek aan leerkroegen of homo sauna’s. Toen ik onlangs vanuit de Oude Kerk richting Paternostersteeg liep zag ik dat de Cock ring niet meer bestaat. Er is nu Fuxx gevestigd. Wist ik niet. Ik had al lang niet meer door de Warmoesstraat gelopen. Misschien bestaat de Argos ook niet meer. Zie je wel, zou de IND medewerker zeggen: je hebt de informatie uit een oud gidsje gehaald. Aanvraag afgewezen. Hoe homo wil je het hebben?

De Egyptische jongeman is homo, geen hoer! Hij bezoekt kerkdiensten waar hij mag zijn wie hij is, hij zoekt gesprekspartners die hij kan vertrouwen. En wat hij eventueel met een ander onder de lakens doet of niet doet interesseert me niet. Dat is privé en hoeft ook niet aan de oren van een IND medewerker te worden toevertrouwd.

Het wordt tijd voor Kamervragen.

 

Cor Ofman

 

di

16

apr

2013

Suïcide in vreemdelingenbewaring is meer dan een bedrijfsongeval

 

Was de dood van Aleksandr Dolmatov in detentiecentrum Rotterdam een zelfgekozen dood of het gevolg van ketenreacties van anderen? Het rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie was snoeihard en vernietigend als het gaat om evidente fouten die door de verschillende justitiële instanties zijn gemaakt. Hij had überhaupt niet in vreemdelingenbewaring behoren te zitten. Er liep een beroepsprocedure tegen zijn uitzetting. Het computersysteem van de IND had hem kennelijk automatisch ‘code 98’ (‘verwijderbaar’) gezet. Bij ambtenaren heeft de computer altijd gelijk. Maar output is het resultaat van input. Terwijl men wist dat Dolmatov suïcidaal was, was het handelen van bewakers, artsen, leidinggevenden en wie er nog meer verantwoordelijk zijn voor het beschermen van het leven van een gedetineerde, niet wat het had moeten zijn: humaan.

 

Ik was eerder betrokken bij de voorbereiding van een documentaire van het televisieprogramma Zembla, waar misstanden in vreemdelingenbewaring aan de kaak werden gesteld. Hoe uitgeprocedeerde asielzoekers, die zonder papieren in ons land verblijven, maandenlang worden opgesloten en worden geconfronteerd met pesterijen door bewakers, met geweld en opsluiting in de isoleer. Een bewaker verklaarde eerder anoniem: ‘Dit systeem maakt ons, bewakers, tot onmensen.’ Zembla probeerde de verhalen van de gedetineerden in kaart te brengen, maar kreeg geen toegang tot de detentiecentra. Het ministerie van Justitie wilde niet reageren. Mijn collega’s in de detentiecentra, die er getuige van zijn, mochten niet praten op straffe van ontslag. Dat gebeurt in onze democratie. En suïcide in vreemdelingenbewaring is meer dan een bedrijfsongeval. Eigenlijk zou nu in de openbaarheid moeten komen hoe vaak er sprake is geweest van suïcide en pogingen daartoe. Want je moet als vreemdeling maar in een cel zitten en constateren dat je celgenoot zich verhangen heeft, of ontdekken dat hij zich aan het verhangen is. Ik ken de verhalen van mensen die dat hebben meegemaakt. Het is hun niet in hun koude kleren gaan zitten.

 

Ik besef dat bewakers ook maar onderdeel zijn van een keten en vaak niet getraind zullen zijn in het herkennen van serieuze medische problemen of het simuleren ervan. Ik herinner me hoe ik een paar maanden terug werd opgebeld door een bewaker uit het cellencomplex in Osdorp over een cliënt die daar naar toe was overgebracht, omdat iemand die het computersysteem had geraadpleegd van oordeel was dat de man verwijderbaar was. Er was kennelijk niet opgemerkt dat er een procedure liep die opschorting van vertrek inhield. Ik vertelde dat de man een levensbedreigende ziekte had en niet zonder medicatie kon. ‘Ja, nu zijn ze opeens allemaal ziek’, was het antwoord. Ik drong aan op een bezoek van een GGD arts. Een dag zonder op tijd ingenomen medicatie zou al een verstoring van het immuunsysteem kunnen zijn. Diezelfde avond werd ik door een bewaker uit hetzelfde cellencomplex gebeld over een andere cliënt die kennelijk ook was vastgezet. Toevallig had hij dezelfde ziekte en weer probeerde ik de noodzaak van tijdig innemen van de medicatie duidelijk te maken. Ik was verbaasd door de wedervraag: ‘Kunt u niet naar een apotheek gaan om de medicijnen op te halen? Wij zijn hier maar met acht bewakers.’ Alsof ik in staat zou zijn op een avond bij een onbekende dienstdoende apotheek probleemloos een mij onbekend medicijn mee te krijgen.

Ik leg de schuld niet bij een individuele bewaker, maar bij een systeem dat individuele bewakers onvoldoende traint in het onderkennen van probleemsituaties.

 

Ongedocumenteerde vreemdelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers zijn geen criminelen die achter tralies moeten worden opgesloten. Er zitten nogal wat kwetsbare mensen onder, op wie vreemdelingenbewaring een bijna onherstelbare impact heeft. Je moet maar eerder vernedering, marteling, verkrachting en opsluiting hebben meegemaakt en nu in een land waar je bescherming hebt gevraagd onbarmhartig worden opgesloten. Dit systeem maakt kennelijk bewakers tot onmensen. Het systeem ontmenselijkt. Dat moeten we in een beschaafd land niet willen.

Daarom is het verheugend nieuws dat de Inspectie Veiligheid en Justitie met concrete aanbevelingen is gekomen om zorgvuldig met mensen in vreemdelingenbewaring om te gaan. Staatssecretaris Fred Teeven heeft aangekondigd dat hij alle aanbevelingen voor verbeteringen uit het rapport zal overnemen. Dat siert hem. Ik weet niet of er een meerderheid in het parlement is die hem naar huis wil sturen. Uit oogpunt van barmhartigheid zou ik zeggen: laat Teeven aanblijven om de veranderingen door te voeren. Ik acht hem terriër genoeg om zich daar in vast te bijten.

 

Cor Ofman

 

di

02

apr

2013

Verantwoordelijkheid

 

Eigen verantwoordelijkheid.’ Een duidelijk oordeel van de hulpverlener van een organisatie die uitgeprocedeerde asielzoekers helpt. ‘Jij hebt zelf besloten weg te gaan uit de opvang die je in de kliniek had en naar Amsterdam terug te gaan. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. Wij kunnen je niet meer helpen.’ Hij kon die maandag meteen zijn sleutel inleveren van het pand in Amsterdam waar hij eerder een kamer had. Dankzij een arts van de Kruispost had hij die avond nog een slaapplek kunnen krijgen in de Winteropvang.

‘Ik kon er niet meer tegen’, zei hij er zelf van. ‘Ik rook telkens bloed.’ Hij werd in de kliniek, ergens in de bossen, behandeld voor PTSS. Hij heeft last van hallucinaties. Die kunnen daar het beste worden behandeld. Hij lijkt niemand te vertrouwen. Een jonge knul nog, klein van stuk. Kan fel uit zijn ogen kijken. Grommen als een getergde hond. Kwetsbaar, daar is iedereen het wel over eens. Daarom kreeg hij ook van behandelaars te horen: ‘Wij gaan je helpen.’ Maar iedere keer werd hij, lijkt het, doorgeschoven als een hete aardappel. ‘Wij kunnen je niet meer helpen, we verwijzen je door naar een andere instelling.’ Als dat een aantal keren gebeurt, heeft dat onmiskenbaar effect: geen vertrouwen meer. Hij vertelde: ‘In de weekenden gaan alle anderen weg.’ Die hebben kennelijk een netwerk dat ze opvangt als er geen behandeling is. ‘Ik liep alleen over de gangen heen en weer.’ Ik heb daar een beeld bij. Ik ken de behandelcentra, met van die lange, lege gangen. Het enige dat je hoort, zijn je eigen voetstappen. Hij wilde ook graag voor het weekend naar Amsterdam. Daar kende hij mensen. Maar hij had geen reisgeld. Daarom werd het weekendverlof week na week uitgesteld. Hij begreep niet waarom. Toen hij uiteindelijk zei dat hij weg wilde, werd dat door de behandelaars geaccepteerd. Ze zullen wel gezegd hebben: ‘onder je eigen verantwoordelijkheid’. Het was immers geen gedwongen opname geweest.

 

Na één nacht Winteropvang, met pijn in zijn botten, want hij had op een kale stretcher moeten slapen, sprak ik hem. Dit leven was geen leven. Overdag snijdende wind, vrieskou, en ’s nachts slapen te midden van de daklozen. Was het in de kliniek niet beter? Nee, daar waren het schreeuwende mensen die op deuren en muren bonkten, die hem onrustig maakten. En ’s nachts de stemmen in zijn hoofd. Hij zei hardop dat hij liever dood wilde. Zijn vingers en benen waren onrustig. Van de medicatie, vermoedde ik. Die was ook bijna op. Geen probleem: daarvoor kreeg hij bij de Kruispost een recept. En een doorverwijzing naar maatschappelijk werk, op donderdag. Misschien zou hij ergens in de opvang kunnen. Dat lukte niet.

 

Het stormde in zijn hoofd. Een gedachte die zich bij hem steeds meer opdrong was om uit het leven te stappen. Ik seinde de maatschappelijk werker in, zijn advocaat, een hulpverleenster van de GGZ waar ik met iemand anders een afspraak had. Er zou een melding gaan naar de crisisdienst. Maar hoe zou hij te bereiken zijn? Op een gegeven moment nam hij de telefoon niet meer op, ook niet toen een paar vrienden hem probeerden te bellen. Tegen half tien ’s avonds meldde hij zichzelf op mijn mobiele telefoon. Hij leefde nog. Hij was bij de Winteropvang. Maar daar stond hij kennelijk niet meer op de lijst. Hij werd geweigerd, ook omdat hij zich volgens de hulpverlener onhebbelijk had gedragen. Die was overigens wel bereid om, na wat uitleg van mijn kant, ervoor te zorgen dat hij elders, in een ziekenboeg, een slaapplek kon krijgen. Ik kon rustiger gaan slapen.

 

Vrijdag kwam hij bij de arts vandaan. Ik had haar nog aan de lijn gehad, toen hij haar zijn mobieltje in de handen had gedrukt. ‘Wij kunnen niets voor hem doen. Hij is deze week al elke dag langs geweest. Hij heeft er zelf voor gekozen om weg te gaan uit de kliniek. Het is zijn eigen verantwoordelijkheid.’

Hij liet me het briefje zien dat hij had meegekregen met de adressen voor de Winteropvang.

‘Pastor’, volgens mijn geloof mag je jezelf niet het leven benemen. Als je dat doet en voor Allah moet verschijnen, dan zal hij je straffen. Wat vind jij daarvan?’ Ik antwoordde dat God aan de medewerkster van de vluchtelingenorganisatie, en de hulpverlener van de Winteropvang en aan de arts van de Kruispost, en ook aan mij zou vragen: ‘Wat heb jij gedaan om dat te voorkomen?’ En dat hij misschien aan jou zou vragen: ‘Waarom heb je niet de moed gehad het nog even langer vol te houden?’ Ik had op deze Goede Vrijdag passiemuziek van Bach aanstaan. Ik zei tegen hem: ‘Jij weet, denk ik, dat er negenennegentig namen voor Allah bestaan. Eén daarvan is dat hij de Barmhartige is.’

Na een paar boterhammen en een kop thee vertrok hij. Ik ook, want ik had afspraken in de Bijlmer. Laat op de avond belde hij op: hij had tot woensdag een plekje in de Winteropvang, dicht bij een markt. Hij klonk rustiger. Goddank.

Op Stille Zaterdag bleef het stil. Hopelijk komt hij ongeschonden de Paasdagen door.

 

(Hij is de Paasdagen doorgekomen; morgen heeft hij geen zekerheid over vervolgonderdak.)

 

ma

25

mrt

2013

Alle filialen open

 

Op de website van de Vluchtkerk is al een tijdje geleden het aftellen begonnen. Het is als het ware vijf voor twaalf. Want volgens afspraak moet de Vluchtkerk op 31 maart sluiten en weer schoon teruggegeven worden aan de eigenaar die er een ballentent voor kinderen van wil maken.

Afgelopen vrijdag, 22 maart, werd in de Keizersgrachtkerk door vertegenwoordigers van vluchtelingenorganisaties (VVN, INLIA, een asieladvocaat) en de kerken (taakgroep vluchtelingen, Kerk in Actie, Protestantse Diaconie) met elkaar van gedachten gewisseld over de stand van zaken.

 

Maartje Terpstra, asieladvocaat, maakte duidelijk dat het huidige beleid (een ‘lopende band procedure’, waarbij in acht dagen na eerste contact met een asielzoeker de beslissing valt of iemand wel of niet kan blijven) te weinig tijd geeft om een asielaanvraag zorgvuldig te kunnen beoordelen. Ook de rechter staat onder te grote druk, omdat die bij een beroep na een negatieve beslissing te snel een uitspraak moet doen.

 

John van Tilborg, directeur van de vluchtelingenorganisatie INLIA, bracht in herinnering een verwijt van de toenmalige staatssecretaris van Justitie, mr. Job Cohen, dat hulpverleners ‘de signaalwerking van het beleid frustreren’. Toen al. Maar gemeenten verwijten de rijksoverheid dat die het probleem over de heg van de gemeenten kiepert. In het eerste halfjaar van 2012 werden 5.000 asielzoekers op straat gezet, ook zij die in een reguliere procedure zaten. Als je in dat geval recht hebt op verblijf, maar geen recht op noodopvang, dan is dat volgens Van Tilborg in feite ‘on-Nederlands’: dat hoor je niet te doen.

 

Geesje Werkman, van kerk in Actie, bestreed de opvatting dat ruimte bieden aan uitgeprocedeerde asielzoekers een aanzuigende werking zou hebben. ‘Die mening is niet gebaseerd op enig onderzoek.’ Ze hield een pleidooi voor een proces om eerst het vertrouwen te herwinnen dat asielzoekers in de overheid zouden moeten hebben. ‘Mensen horen niet op straat gezet te worden.’

 

Tegelijk werd duidelijk dat er geen directe oplossing is als de Vluchtkerk op 31 maart haar deuren sluit. Het is dan nota bene Pasen. Bijkomend voordeel is dat op dat moment praktisch alle kerken open zijn. Op de website van Protestants Amsterdam staat de adressen en aanvangstijden van de paasvieringen. Je hoeft maar naar binnen te gaan op de Paasmorgen en zeggen: ‘Hier zijn we dan’, of ‘de Heer is waarlijk verrezen, moge jullie gastvrijheid daarvan het levende bewijs zijn.’ Of zoiets.

En wat gebeurt er dán?

 

ma

18

mrt

2013

Broodpenning

broodpenning Hervormde Diakonie uit 1861
broodpenning Hervormde Diakonie uit 1861

 

Van Andries de Jong, de directeur van de Stichting Urgente Noden, kreeg ik een broodpenning van de Hervormde Diaconie uit 1861. ‘Vergenoegd en dankbaar’ staat erop. Als je arm was en trouw naar de kerk ging kreeg je zo’n broodpenning en kon je bij de bakkerij van de armenzorg van de Nieuwe Kerk op het Blaeu Erf een brood halen. De bakkerij heeft er gestaan van 1671 tot 1947. De voorloper van de Voedselbank. Die deelt nu voedselpakketten uit aan mensen die niet rond kunnen komen van hun uitkering. Het aantal nieuwe armen neemt toe. Maar de allerarmsten mogen er niet in meedelen. Mensen zonder verblijfsvergunning, die helemaal onderaan de ladder van onze maatschappij leven, worden niet (meer) toegelaten tot deze bedeling.

 

Gelukkig is er in Amsterdam Zuidoost nog een alternatieve voedselbank. Die van Regina MacNack. Kookte ze jaren geleden al tweehonderd maaltijden op haar eigen vier pits gastoestel, die ze uitdeelde aan daklozen in de Bijlmer, nu deelt ze voedselpakketten uit bij het Geldershoofd, waar ook de mensen zonder papieren terecht kunnen met een briefje van Stap Verder, het pastoraal diaconaal centrum in de Bijlmer, waar ik sinds kort werkzaam ben als coördinator van het spreekuur.

Regina vraagt voor de vervoerskosten die ze maakt voor het ophalen van voedsel in de regio Amsterdam twee euro per pakket. Voor wie van onze bezoekers zelfs dat niet kan betalen, wordt het bedrag door Stap Verder vergoed. Zo zijn we weer terug bij de broodpenning van vroeger tijden.

 

Op de in Nederland geslagen twee euro munt staat: God zij met ons. Heeft God andere handen dan de onze?

 

za

09

mrt

2013

Verblijf verdienen?

 

Tijdens de kabinetsformatie in 2002 brachten vertegenwoordigers van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) een voorstel in voor een eenmalig ‘pardon’ voor groepen vreemdelingen zonder verblijfsvergunning. Vanwege onduidelijkheden over doelgroepen en aantallen heeft dit voorstel het niet gehaald in het regeerakkoord. In dat jaar riepen Mimoun Benmansour (namens de Stichting Multiculturele Europese Generatie), Nico van der Perk (diaconaal consulent voor de Hervormde Diaconie Amsterdam) en ik (als pastor van de Open Deur Amsterdam) het kabinet Balkenende op om alsnog een ‘pardon’ te verlenen aan vreemdelingen die aan bepaalde strikte voorwaarden voldoen.

Kern van het voorstel was dat vreemdelingen hun verblijfsvergunning zouden kunnen ‘verdienen’ door middel van arbeid. We bepleitten de volgende maatregelen:

 

Een tijdelijke werk- en verblijfsvergunning onder voorwaarden

-          men heeft aantoonbaar in Nederland verbleven gedurende minimaal vijf jaar

-          men is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving

-          men kan redelijk Nederlands verstaan, spreken en schrijven

-          men heeft geen strafbare feiten gepleegd

-          men toont inzet om d.m.v. arbeid een bijdrage aan de Nederlandse samenleving te leveren en wil de eerste vier jaar afzien van een beroep op de Bijstand.

 

Vreemdelingen die aan deze voorwaarden voldoen krijgen een tijdelijke werk- en verblijfsvergunning (TWV) en een tijdelijk sofinummer voor de duur van de TWV. De TWV verschaft geen toegang tot de Bijstand. Met de TWV en het sofinummer kan de vreemdeling zelf op zoek naar werk. Als men binnen één jaar geen passend werk heeft gevonden, worden TWV en sofinummer weer ingetrokken.

 

Na vier jaar een permanente verblijfsvergunning

Vier jaar na de datum waarop de TWV werd verstrekt, wordt deze omgezet in een ‘gewone’ permanente verblijfsvergunning en wordt het sofinummer permanent geldig, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

-          men heeft minimaal drie van de vier jaar gewerkt, premies afgedragen en belastingen betaald

-          men heeft op het moment van de peiling nog steeds betaald werk

-          men heeft ook in de periode van vier jaren geen strafbare feiten gepleegd

 

Terugkeercontract

Daarnaast werd gepleit voor een terugkeercontract voor vreemdelingen zonder verblijfsvergunning die niet aan de criteria voor de TWV voldoen. Ook mensen die een TWV hadden, maar na vier jaar toch niet in aanmerking komen voor een permanente verblijfsvergunning, krijgen een terugkeercontract aangeboden. Het contract houdt in:

-          een werkervaringsplaats voor een half jaar

-          een bed-bad-brood-regeling gedurende deze stageperiode

-          een klein startbedrag als bijdrage om een bestaan op te bouwen in het land van herkomst.

In ruil daarvoor verplicht men zich tot terugkeer naar het land van herkomst, waarbij men toezegt niet meer naar Nederland te zullen komen. Met de landen van herkomst worden overeenkomsten gesloten voor de terugname van deze vreemdelingen. Voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen worden teruggenomen door het land van herkomst wordt een humane oplossing gezocht.

 

Het voorstel werd niet eens in welwillende overweging genomen. Toch zou het de moeite waard zijn het voorstel opnieuw in discussie te brengen.

 

Aardige bijkomstigheid is dat het derde onderdeel, het terugkeercontract, min of meer bestaat. Bridge to Better, een terugkeerorganisatie in Amsterdam, biedt, nota bene in samenwerking met de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), aan ongedocumenteerde migranten de mogelijkheid gebruik te maken van een terugkeerprogramma, waarbij ze via een training leren een bedrijfsplan op te stellen en werkervaring op te doen die bij terugkeer naar land van herkomst mogelijkheden biedt voor een nieuwe start. Daarnaast wordt een bedrag beschikbaar gesteld om die nieuwe start ook daadwerkelijk te kunnen maken. Wie een contract ondertekent wordt door DT&V gevrijwaard van vreemdelingenbewaring. Tijdens de training is er een ondersteuning in de vorm van bed-brood-bad mogelijk.

In 2012 waren er zoveel aanmeldingen dat de target (25 terugkeerders) halverwege het jaar al was gehaald. Voor DT&V is deze vorm van ondersteuning bij terugkeer profijtelijker dan de dure vreemdelingenbewaring en vruchteloze pogingen tot uitzetting.

 

Als het gaat om de eerste twee onderdelen moet de vraag worden gesteld of de overheid met het huidige ontmoedigingsbeleid er werkelijk in slaagt migranten buiten de deur te houden. Migranten blijven komen en laten zich niet weerhouden door hogere ‘muren’. Europa blijft het land van melk en honing dat aanlokkelijker is dan het bestaan in eigen land. Een soepeler emigratiebeleid zou juist een win-win situatie kunnen betekenen voor die migranten die niet van plan zijn hun hele leven op de rand van de armoede in Nederland te leven. Ik heb eerder wel eens gesuggereerd dat aan migranten een tewerkstellingsvergunning zou kunnen worden aangeboden voor de duur van, bijvoorbeeld, vijf jaar, waarbij geen beroep kan worden gedaan op de Bijstand. Er zou in dat contract kunnen worden vastgelegd dat jaarlijks twintig procent van het verdiende inkomen wordt ingehouden via een spaarloonregeling, die na het vijfde jaar alleen bij vertrek wordt uitgekeerd. Migranten die hiervoor tekenen kiezen voor terugkeer naar eigen land met een ‘jaarsalaris’, om daarmee te kunnen investeren in een eigen ‘bedrijf’. Met de kennis en ervaring die ze hier hebben opgedaan en een eventuele training, zoals die ook bij het terugkeercontract wordt gegeven verwerven ze geld en expertise die ook de economie in eigen land kan stimuleren.

Er zijn genoeg voorbeelden van ongedocumenteerde arbeidsmigranten die in Nederland in zwartbetaalde banen werken en van het verdiende loon familie in eigen land ondersteunen en zo de studie van hun kinderen mogelijk maken, en die na verloop van tijd terugkeren naar hun land om daar een business op te zetten. Als de overheid bereid zou zijn die arbeidsmigranten onder de bovengenoemde condities (geïntegreerd, geen strafblad, afzien van een beroep op de Bijstand) een tewerkstellingsvergunning te geven, zou dat ook de openbare orde en veiligheid bevorderen. Want nu lopen ongedocumenteerde migranten vaak het risico uitgebuit door huisbazen en werkgevers.

Voor de politiek zou dit een aantrekkelijke optie kunnen zijn: Nederland profiteert van gemotiveerde, in de regel jonge en gezonde arbeidskrachten. Voor de migranten zelf ook: ze krijgen de kans in de westerse samenleving ervaring op te doen (werkhouding, arbeidscondities) en geld te verdienen als investering in een toekomst in eigen land.

 

Ik besef dat dit soort gedachten gemakkelijk het verwijt kunnen opleveren dat migranten worden behandeld als tweederangsburgers. Ooit kregen we van een actievoerder van de Fabel van de illegaal het verwijt: ‘wie zulke vrienden heeft, heeft geen vijand meer nodig’. Op dit moment zijn ongedocumenteerde migranten geen tweederangsburgers, ze hebben geen enkele rang en kunnen moeilijk wachten tot er een parlementaire meerderheid is die ze liefdevol in de armen sluit.

 

 

ma

14

jan

2013

Vluchtkerk en Loket voor Levensvragen

Inger van Nes
Inger van Nes

 

‘Ik wil niet dat mensen op straat doodvriezen. De Vluchtkerk helpt hen (uitgeprocedeerde asielzoekers) om de winter door te komen. Binnen één dag hadden we bij de Vluchtkerk een site in de lucht, waren we aan het twitteren en zaten we op Facebook.’ Inger van Nes, coördinator van de Vluchtkerk in Volzin. Een schitterend initiatief.

 

‘Ouderen in de kerk pakken zoiets anders aan’, vervolgt ze. ‘Ze willen best vluchtelingen helpen, maar zien vooral praktische bezwaren. Ze schrijven eerst een vergadering uit, gaan eindeloos overleggen tot ze het eens zijn over alle punten en komma’s. Aan ons, twintigers, is al dat overleg niet besteed. We durven risico’s te nemen, zijn niet gevoelig voor autoriteiten. Ouderen zijn van de lange adem, wij zijn van de korte adem, maar dan wel heel krachtig. ‘Whamm, we gaan iets doen!’ Maar vraag ons niet of we ons voor vier jaar ergens aan willen binden. Daarvoor is ons leven veel te onzeker.’

 

Inger heeft gelijk. Ouderen doen er in de regel lang over, te lang, om initiatieven te nemen, durf te tonen. Hoewel: de oude Co van Melle (76), voor ongedocumenteerden dokter Co, fietsenmaker, pianist bij Heilig Vuur, was de feitelijke initiatiefnemer, toen hij voor de eerste dakloze asielzoekers in de tuin van de Protestantse Diaconie een aantal kunstwerken met de titel ‘de zeven werken van barmhartigheid’ met een tentzeil overkapte en hen daarmee onderdak bood.

 

Oei, probleempje. In het Dagblad Trouw van vandaag lees ik bij een reportage over het pas geopende Loket voor Levensvragen dat Arjette Kuipers, loketwacht, duidelijk maakt dat bijna geen stedeling begrippen als ‘liturgie’, ‘diaconaat’ en ‘barmhartigheid’ meer kent. Heb ik in de vorige alinea al twee woorden gebruikt die bijna niemand (meer) kent. Geeft niet. Ook op de website van het loket (www.loketlevensvragen.nl) zelf wordt de naam Protestantse Kerk gebruikt, waar de gemiddelde Amsterdammer ook geen enkele uitleg bij kan geven.

  

Ik ben blij met dit nieuwe initiatief: laagdrempelig en via vele trefwoorden toegankelijk. En nu kijken wat het oplevert.

Er was eerder zo’n poging: de Open Deur, voor levens- en zinvragen, op het Begijnhof. Sinds 15 december 2012 gesloten. Ik heb er 25 jaar met plezier gewerkt. Huwelijksvieringen voor mensen die geen band meer met de kerk hadden. Rouwverwerking, geloofsgesprekken, omgaan met ziekte en verlies. Aidspatiënten die een pastor zochten voor hun uitvaart. Tientallen.

Gaandeweg de mensen in de marge van onze samenleving: uitgeprocedeerde asielzoekers en migranten zonder verblijfsvergunning. Honderden. Ik vond pas bij het opruimen nog een overzicht terug van oude cliënten, die elders niet meer werden geholpen. Van meer dan de helft weet ik dat ze inmiddels een verblijfsvergunning hebben. Misschien een beetje dankzij de lange adem die soms nodig is om mensen te helpen.

 

Daarom hoop ik dat zowel de Vluchtkerk als het Loket voor Levensvragen een lange adem beschoren is. Tenzij voor de problemen en zinvragen in no time een oplossing is gevonden.

 

vr

21

dec

2012

Niet langer in de Naam der Koningin

 

Majesteit,

 

In uw naam wordt recht gesproken, maar het verdient de naam ‘recht’ niet meer. De uitspraken worden krommer, zoals dat in de politiek gebeurt die leeft bij de waan van de dag in plaats van te waken voor een rechtvaardige samenleving. Ik wil u vragen om aan uw regering vriendelijk te verzoeken dat het gebruik van de term ‘recht doende in naam der Koningin’ met onmiddellijke ingang wordt gestopt. Ik wil graag het voorbeeld toelichten waarom u niet langer uw naam aan rechtsuitspraken dient te lenen.

 

Onlangs sprak het hoogste rechtscollege, de Raad van State, uit dat een aidspatiënt uit Ghana terug kan naar zijn land, omdat de behandeling van zijn chronische ziekte daar kan plaatsvinden.

Tot nog toe was behandeling een zaak van een behandelend arts, die op de hoogte is van de ziektegeschiedenis van de patiënt, de werking van de medicijnen en de mogelijke bijwerkingen, het in de gaten houden van het verloop door regelmatige controles op de effecten van de behandeling op het immuunsysteem.

Vanaf nu kan de behandeling volgens de Raad van State volstaan met het uitschrijven door een arts van een recept voor een medicijn dat in Ghana niet verkrijgbaar is en ook niet in het bestaande behandelprogramma is opgenomen. Met andere woorden: de arts weet niet precies wat hij voorschrijft en is onvoldoende in staat de effecten van de behandeling te meten.

Met dat recept kan de patiënt naar één apotheek in Accra om het medicijn te laten bestellen in het Verenigd Koninkrijk. De kosten van de medicatie bedragen ca. 1.250 euro voor 30 dagen. Dat is voor een Nederlander met een modaal inkomen zonder een ziektekostenverzekering al niet op te brengen. Met een stukken lagere levensstandaard in Ghana al helemaal niet voor een inwoner van Ghana.

 

Ik weet dat het tegenwoordig mogelijk is om als privépersoon medicijnen te bestellen via internet, maar het komt mij voor dat zelf dokteren in de situatie van een levensbedreigende ziekte af te raden valt in een land waar het medicijn geen onderdeel uitmaakt van het behandelprogramma. Daar komt nog bij dat de medicijnen onbetaalbaar zijn, zelfs als iemand op vrijwillige basis besluit tot terugkeer naar land van herkomst en een vertrekbijdrage van het I.O.M. meekrijgt voor chronisch zieken. Met dat bedrag zouden ongeveer 75 pillen kunnen worden besteld. Wat er met een patiënt na die 75 dagen gebeurt, valt alleen maar te raden: er ontstaat al snel een medische noodsituatie, die, omdat er niet langer adequaat behandeld kan worden, eindigt met de dood.

 

De Raad van State gaat aan die gevolgen van de uitspraak voorbij. De Raad volgt in de regel de stelling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ook al komt een lagere rechtbank tot een andere conclusie. De Raad is daarmee een politiek orgaan geworden en is daardoor niet langer onafhankelijk.

Ik vind dat niet alleen onethisch, maar ook in strijd met de wijze waarop u mensen met compassie bejegent. Daarom zou u er niet langer mee mogen instemmen dat op deze wijze wordt gepretendeerd dat in uw naam recht zou zijn gesproken. Het is een aantasting van uw goede naam en waardigheid. Leek uw rol tijdens de formatie beperkt tot een toneelstukje, nu u geen invloed meer hebt op de totstandkoming van een nieuw kabinet. Op dit punt zou u kunnen besluiten om de regie in handen te nemen door te verklaren dat u geen prijs meer stelt op een loze term die de lading niet meer dekt.

Ik vraag u dit, omdat de betreffende patiënt voor mij geen dossier of vreemdelingennummer is, maar een mens die mij aankijkt.

 

Met vriendelijke groet,

 

Cor Ofman

 

di

18

dec

2012

Staatloos, rechteloos?

Paspoort van Amsterdam
Paspoort van Amsterdam

 

Ik ken hem al meer dan vier jaar. Een Afrikaanse asielzoeker. Uitgeprocedeerd. Niet uitzetbaar. Ook al zou hij zelf terugwillen naar de regio waar hij vandaan komt, het lukt hem niet om een Laissez Passer te krijgen. Hij is geboren in Tanzania. Zijn ouders waren Burundees. Waar zij nu verblijven weet hij niet. Misschien zijn ze terug gegaan naar Burundi. Hij heeft geen bewijs van staatsburgerschap. Tanzania en Burundi kunnen of willen hem dat niet verschaffen. Hij is staatloos.

Eén van de velen in Nederland. Hans Achterhuis, die op 10 december de Mensenrechtenlezing uitsprak, schat hun aantal op 2.000 in Nederland. Daarnaast krijgt in ons land zo’n 80.000 het label ‘nationaliteit onbekend’ opgeplakt, Ik ontleen de gegevens aan een interview met hem in Trouw van 18 december 2012. Ze zijn geen deel van een zichtbare gemeenschap. Achterhuis vertelt dat de groep rechteloos is. Gevraagd naar een oplossing, zegt hij: ‘Die heb ik niet. Amsterdam heeft vorige week de site geopend ‘Paspoort van Amsterdam’, waarop mensen die illegaal in Nederland verblijven informatie kunnen vinden op hun basisrechten en voorzieningen in de stad. Dat is een goed begin. Wat mij betreft zou het mooi zijn als uitgeprocedeerden en staatlozen met bepaalde basisrechten aan het werk zouden kunnen, zodat ze voor zichzelf zouden kunnen zorgen, en niet meer op straat hoeven zitten of afhankelijk te zijn van hulpverlening. Ik besef dat hier politieke haken en ogen aan zitten.’

 

Dat laatste klopt. Want hoe pak je dat aan? Ruim tien jaar geleden schreven mijn vroeger collega Nico van der Perk en ik een voorstel aan kabinetsformateur Piet Hein Donner over het verstrekken van werkvergunningen aan de toenmalige ‘witte illegalen’. Door ze het recht te geven op werk zouden ze na vier jaar een verblijfsvergunning ‘verdienen’. Dat voorstel werd nog weggehoond door de Fabel van de illegaal. ‘Wie zulke vrienden heeft, heeft geen vijanden meer nodig’, was het commentaar in hun blad. Zo maak je tweederangsburgers. Alsof de mensen dat al niet waren.

Het was in de tijd dat we in Amsterdam een belangenorganisatie hadden, het ANRO, het Amsterdams Netwerk Rechtvaardigheid voor Ongedocumenteerden. We bespraken het voorbeeld van Italië. Daar krijgen mensen zonder papieren een werkvergunning als ze kunnen bewijzen dat ze 20 uur of meer per week werk hebben, bijvoorbeeld als schoonmaker. Onlangs vertelde Geesje Werkman, van Kerk in Actie, dat ook in Polen mensen zonder papieren mogen werken. Ook de vreemdelingenadvocaat Arie van Driel zei onlangs dat mensen zonder papieren het recht op arbeid aangereikt moeten krijgen. Hoogleraar vreemdelingenrecht Thomas Spijkerboer spreekt over drie categorieën niet-uitzetbare vreemdelingen: zij die niet behoren te worden uitgezet, omdat ze gevaar lopen in land van herkomst; zij die niet kunnen worden uitgezet, ook al zijn ze er zelf toe bereid; en zij die niet terug kunnen omdat ze niet terug willen.

 

Staatlozen zouden naar mijn mening niet rechteloos moeten blijven. Dat zou kunnen door ze, om te beginnen, het recht moeten geven op minimale voorzieningen: het recht op werken, wonen en medisch noodzakelijke zorg. Dat maakt ze misschien in eerste instantie tot tweederangs burgers, maar misschien kunnen ze een verblijfsvergunning verdienen, als ze bewezen hebben ingeburgerd te zijn. Misschien kan dat beginnen met een papieren ‘Paspoort van Amsterdam’ (of van een andere gemeente die haar papierloze ingezetenen niet alle rechten wil ontzeggen). Nu is het Paspoort van Amsterdam enkel een website, die weliswaar door wethouder Maarten van Poelgeest is ‘geopend’, maar geen initiatief is van de gemeente Amsterdam, maar van het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen, Dokters van de Wereld en het Wereldhuis.

 

Cor Ofman

 

Van de Corvershoftuin naar Gastvrij Nieuw West

 

Dinsdag 25 september is het verblijf van een aantal ex-asielzoekers in de tuin van de Corvershof uit eigen beweging opgebroken. In Osdorp is ‘een nieuw tentenkamp tegen de kou’ opgezet, op een grasveld achter de voormalige Lucasschool aan de Notweg. De groep die tot nog toe overnachtte in de tuin van de Corvershof is uitgegroeid naar zo’n 25 ‘kampeerders’. Het gaat om een twintigtal twintig mannen uit Somalië, Soedan, Eritrea, Ethiopië, Mauretanië, Congo, Jemen, Armenie en een vijftal vrouwen uit Ethiopië en Somalië. Er is nog plaats over.

De politie en het Stadsdeel zijn inmiddels op de hoogte en hebben de zaak in onderzoek. Het is een publieke ruimte in beheer van de buurt. Wij zijn hier is een buurtproject in het kader van Mooi Wildeman en een eigen invulling van de campagne Gastvrij Nieuw West. Naast een grote ronde tent staan er wat kleine kampeertentjes. Het gaat niet alleen om een actiekamp, maar ook om een overwinteringskamp, schrijven de organisatoren.

Wel is Ilias, één van de woordvoerders van het actiekamp in de tuin van de Corvershof, gisteren door een speciaal politieteam geboeid afgevoerd, als was hij een vuurwapengevaarlijke crimineel. Staat een beetje haaks op het beleid zoals dat door burgemeester Eberhard van der Laan op 21 maart van dit jaar tijdens de presentatie van het Paspoort van Amsterdam op het Stadhuis was verdedigd: dat er geen doelgerichte actie van de politie zal zijn om ongedocumenteerden te arresteren.

Cor Ofman

Gerechtigheid, linksom of rechtsom?
Gerechtigheid, linksom of rechtsom?

 

Verwarring na ontslag uit vreemdelingenbewaring

 

Regelmatig zitten cliënten in vreemdelingenbewaring. Soms voor een paar dagen. Vaker zes tot twaalf maanden. Niet vanwege een misdrijf, maar omdat ze bij een willekeurige controle geen geldig verblijfsdocument konden tonen. En als reden voor ontslag wordt vaak opgegeven: ‘op bevel van de rechter’ of ‘andere belangen prevaleren’. Dat staat ook altijd op het ontslagbewijs dat hun wordt uitgereikt. Omdat de ‘opheffing’ door de Koninklijke Marechaussee wordt getekend, komt de fax binnen bij het detentiecentrum en wordt een kopie ter hand gesteld van de vreemdeling. Het komt de laatste tijd nogal eens voor dat hij slechts één velletje meekrijgt in plaats van het drietal dat de fax bevat. De andere twee krijgt hij niet onder ogen of uitgereikt. Die behelzen het bevel om binnen een bepaalde tijd (24 uur tot 28 dagen) het Nederlandse grondgebied te verlaten en een inreisverbod voor de hele Europese Unie voor de duur van twee (of vijf) jaar. Het ontbreken van die stukken creëert verwarring bij de onwetende vreemdeling en de hulpverleners. Het verblijf van de ‘ongedocumenteerde’ wordt op dat moment ‘illegaal’ verklaard. Bij een volgende staandehouding kan een boete van 3.800 worden opgelegd en nieuwe detentie. Omdat nogal wat uitgeprocedeerde asielzoekers en andere migranten niet uitgezet kunnen worden, worden ze weer aan de straat en de (kerkelijke) hulpverlening overgelaten tot het volgende incident. Op papier zijn ze met onbekende bestemming vertrokken. Als de overheid daar willens en wetens medewerking aan verleent, moet ze niet verbaasd opkijken als ze vervallen tot (kleine) criminaliteit. ‘Wie honger heeft, mag een brood stelen’, zei bisschop Muskens ooit. Gelukkig helpen de zusters van Moeder Teresa met warme maaltijden, maar die zullen op een gegeven moment de toeloop niet meer aankunnen. Er zullen meer plekken van barmhartigheid nodig zijn.

 

Cor Ofman